- advertentie -

De getuigen van 1953

De getuigen van 1953

In de vierdelige programmaserie De getuigen van 1953  vertellen ooggetuigen hun verhaal over de watersnoodramp van 1953. De reeks De getuigen van 1953 is in nauwe samenwerking met het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk tot stand gekomen. Omroep Zeeland zendt de programma's uit op dinsdag 18u34. Eerder waren de afleveringen te zien rond de herdenkingen van de Watersnoodramp.

Tijdens de opnames in het Watersnoodmuseum zijn de getuigenissen van een groot aantal ooggetuigen vastgelegd. Een selectie hiervan zal in de televisieserie te zien zijn. Een deel van de getuigenissen is in de speciale radio-uitzending 'Nacht van de ramp' van 31 januari 2013 te beluisteren. Alle opgenomen getuigenissen zijn ook in het Watersnoodmuseum te zien.

 

Vertel uw verhaal

Bent u ook getuige geweest van de watersnoodramp van 1953 en wilt u uw verhaal kwijt? Onder aan deze pagina kunt u uw verhaal vertellen zodat de ramp van 53 nooit vergeten wordt.

 

De getuigen van 1953

Aflevering 1
Marry Kloet - de Vlieger is vier jaar als het gezin wordt overvallen door het water. Ze overleeft de ramp dankzij kordaat ingrijpen van haar vader.
 
Rinus de Haan is op het moment van de ramp 17 jaar. Hij vlucht met zijn ouders en broer naar zolder als het water komt. Het huis stort in en er volgt een dramatische overlevingsstrijd. Rinus praat voor het eerst over de gebeurtenissen van toen.  
 
Maddy de Looff-Kuiper (12) brengt twee angstige nachten door op de zolder van het ouderlijk huis in Stavenisse. Ook de twee poesjes voegen zich bij het gezin. Maar tot haar grote verdriet moet Maddy ze achterlaten als ze worden gered. 
   

Aflevering 2
Wim Schot is 24 jaar als hij met een vriend tientallen mensen in veiligheid brengt. Ze varen door de straatjes van Zierikzee en later in de Vierbannenpolder om mensen van de huizen te halen.


Anda Verloo - den Haan viert op 31 januari haar negende verjaardag. Ze krijgt een borduursetje. Een cadeau dat haar bijna fataal wordt.

   

Aflevering 3
Riet Clement is 15 jaar als ze op 31 januari 1953 haar zus Lijgje voor de allerlaatste keer ziet.


Diny van Kooten-Kloet (11) vlucht 's nachts naar zolder. Dar blijft het gezin tot zondagmiddag, maar het had niet veel gescheeld of haar vader had het niet overleefd.
 

Hans Timmer (17) vlucht in paniek alleen het huis uit. Dat stort even later in, maar als door een wonder komt de rest van het gezin toch boven drijven. Op moeder na.

   

Aflevering 4
Ike Quaak is 9 jaar als Kruiningen onder water komt te staan. Het gezin vlucht naar de hogergelegen winkel van een oom. Daar schuilt Ike met zo'n 80 dorpsgenoten op zolder. Ze zien hoe een varken op wonderbaarlijke wijze ontsnapt aan de verdrinkingsdood.
 

Janny Nijssen is 13 jaar als de polder bij Sommelsdijk onder water loopt. Het gezin zit op zolder en daar bouwt haar vader met de boerenknecht aan een vlot dat gelukkig niet nodig blijkt.
 

Rina van Mourik - Sijrier is 22 als in de vroege ochtend van 1 februari de eerste dijk doorbreekt bij NIeuwerkerk. Ze vlucht het ouderlijk huis uit, terwijl haar verloofde Rien gaat helpen bij het gat in de dijk. Niemand kan weten dat ook de dijk bij Ouwerkerk op springen staat.


Luister hier de verhalen van verschillende ooggetuigen:
- Janny Nijssen, Sommelsdijk
- Arnold Lampaert, Eede
- Leen Dees, Wissenkerke
- Cor Heuvelman, Rotterdam en omgeving
- Dick Quaak, Kruiningen
- Janny van Grunsven, Brouwershaven
- Maddy de Looff, Stavenisse
- Marry Kloet, Zierikzee
- De heer J. Romeijnsen, Terneuzen
- Janny de Bil-de Reus, Nieuwerkerk
- Riet Clement, Oude Tonge
- Mevrouw van Kempen, Den Bommel
- Marie Goudzwaard, Dreischor
- Hans Timmer, Nieuwe Tonge
- Herman Boot, Kortgene
- Helmut Kruijff, Zaandam/Oosterland
- Lia van der Doe, Zierikzee
- Leo Dekkers, Nieuw Vossemeer
- Co van der Wekken, Kerkwerve
- Jack van der Male, Nieuw Vossemeer
- Diny van Kooten, Zierikzee

 

 

Omroep Zeeland heeft de verhalen van verschillende ooggetuigen verzameld. De gebeurtenissen uit die rampnacht van 1953 mogen niet vergeten worden. 

 

Ik loop gebogen, tegen de wind in, me vasthoudend aan die oude paaltjes

Gedicht door Tonha Schot > lees meer

 

"Vlug allemaal opstaan, pak je kleren, doe alles in je deken en ga vlug naar boven!"

Adriana Wanders, Hansweert (nu Australië) > lees meer

 

"Er lagen nog enkele dode koeien langs de weg; het beeld daarvan herinner ik mij nog steeds"

Paul van Sluijs, Amsterdam > lees meer

 

"Plotseling ging de achterdeur open en het water vloog naar binnen..."

Dick Quaak, Kruiningen > lees meer

 

"Toen het hoog water was, werd ik met het politiebootje naar de Zanddijk gebracht.."

Kees Wisse, Kruiningen > lees meer

 

"Hun nachtgoed waren ze kwijtgeraakt door het water"

Marjan Kuijten, Zierikzee > lees meer

 

"Het water stond 30 à 40 centimeter van de kruin van de dijk"

Jan Ligtendag, Sint Philipsland > lees meer
 

"Mensen huilden, zongen psalmen en waren bang door de vloer te zakken, omdat het daar veel te vol was"

Jeannette van Dijken-van Strien, Zoetermeer > lees meer

 

"Marien, het water loopt over de dijk, maak dat je weg komt!"

Jan Kempeneers, Sint Philipsland > lees meer

 

"Rond middernacht werden we wakker door het geloei van sirenes. Het was, boven de storm uit, angstaanjagend"

Diny van Kooten - Kloet, Zierikzee > lees meer

 

"Angstig en bang waren we en we zaten als ratten in de val"

Joop van den Berg, Terneuzen > lees meer

 

"Plots was alles in rep en roer. Mijn twee buurjongens en ikzelf liepen verdwaasd en niet weten wat te doen in de achtertuin, die al snel volliep vanuit de watergang achter de Villa Novastraat"

Adri Biersteker, Wolphaartsdijk > lees meer

 

"Het haastige water maakte een lispelend en boeiend geluid, alsof het plezier had en ons een geheimpje wilde vertellen. Om nooit te vergeten!"

Willem Passenier, Rotterdam > lees meer

 

"In de dijk was al een gat geslagen en het water stroomde vlak achter ons de straat in; rennen voor je leven!"

Ineke van Dixhoorn, Vlissingen > lees meer

 

"Het was een koude, donkere, kille en angstige nacht. Beesten in de schuur van de boer die verdronken en angstige geluiden hoorde je voortdurend en dan die niet aflatende storm."

Rinus van Iwaarden, Rilland > lees meer

 

"Net voor we bij de Oostdijk kwamen, zag ik een enorme muur van water op ons afkomen en ik dacht echt dat dat het einde zou zijn"

Bastiana Romijn - de Raat, Sint Philipsland > lees meer

 

De donkerte van de avond komt stapvoets dichterbij

Gedicht door Nelleke Tessen - Van Liere, Kapelle > lees meer

 

Als het water komt

Gedicht door Francien Hollestelle-Minnaard > lees meer

 

"Boven het kabaal van de storm hoorde je de mensen op klompen langs lopen. Mijn vader moest al snel gaan helpen omdat het water over de dijk sloeg."

Piet Feleus, Kattendijke > lees meer

 

"Die nacht hebben mijn ouders en ik op het dak doorgebracht in de sneeuwstorm met alelen een deken om ons heen."

Harrij Cannoo, Zierikzee > lees meer

 

 

Ik ging naar m'n moeder, maar die was niet wakker te krijgen en inmiddels stond ik tot m'n knieën in 't water"

Arie van Loo, Zierikzee > lees meer

 

delen:


Reacties

Gedicht watersnoodramp 1953

1953 Een schip vergaat en radeloze ogen spreken een taal die niemand verstaat. Geen veilige haven, niet eens een plek om eervol de vele honderden doden te begraven. Hier een vader, zoekend naar een veilige plek en met gebalde vuisten zijn Schepper vervloekend. Daar een gezin, verdreven naar het dak van hun woning, de gevouwen handen biddend ten hemel geheven. Het zoute water trekt diepe sporen in bijtende wonden ook nu nog, zovele jaren later. tee

Bij toeval lees ik hier alle

Bij toeval lees ik hier alle berichten en ik moet zeggen dat iedereen die ooit slachtoffer is geweest van een natuurramp van dit formaat komt er nooit helemaal bovenop. Tijd geleden toevallig bij een van de grootste storm/water ramp geweest (typhoon yolanda) en ik moet zeggen dat we dan pas realiseren hoe klein de mens nu eigenlijk is vergeleken met moeder natuur. En het is in deze tijden dat mensen een bijzondere kans krijgen om zichzelf hun ware aard te doen bewijzen en laten zien. Paar jaar geleden wilden wij graag een huis opkopen op de Filipijnen. Dit hebben we toen ook gedaan op de eiland van Leyte. Daar waar de grootste storm dat ooit heeft bestaan woedde over eilanden die daar helemaal niet voor waren opgewassen. Mensen die daar opgegroeid zijn willen vaak snel huis verkopen om naar de stad te emigreren dus u kunt zich wel voorstellen dat ze niet al te veel in hun huizen hebben geinvesteerd. (houten blokhutten )

Gedicht

Ik ben op zoek naar een gedicht. Zou iemand mij kunnen helpen? Het begint zo: "Nooit kan ik de nacht vergeten Dat de sirene riep En de dijk werd stukgereten En de polder vol water liep" Hartelijk dank alvast

DE WOEDENDE ZEE

DE WOEDENDE ZEE

 

Een zware storm giert over het Zeeuwse land

Het water stijgt langs dijk en strand

Briesend woedend beuken de golven tegen de kust

schuimkoppen, als een verzwelgende massa, verstoord in zijn rust

Dijken bezwijken doodsangsten, kreten dalen neer

verwoestend en meedogenloos gaat de zee te keer

Alles wordt verzwolgen door het water overspoeld

Een ramp heeft zich voltrokken de zee heeft zijn woede gekoeld 

Berustend buigen wij ons hoofd verstomd door zoveel geweld

Achterlatend wat het heeft verwoest hebben wij de doden geteld

Mijn verhaal, watersnoodramp Kortgene

Toen de watersnoodramp over ons heen kwam, was ik 10 jaar. Oud genoeg om alles bewust mee te maken. Met mijn ouders en twee broers woonden wij aan de Torendijk, aan de Zuidkant , vanuit de achtertuin keken we direct op de Zeedijk, toen nog de Zandkreek. Het zal wel in meer verhalen over de rampnacht zijn verteld, maar de dag en avond ervoor was het feest op Kortgene, want het nieuwe gemeentehuis werd geopend. Je kunt begrijpen dat de ambtenaren, B&W enz. niet erg capabel meer waren om de toestand met het water, wat maar bleef stijgen, in te schatten. Mensen die wel alert waren stuurden boodschappers naar het gemeentehuis om de alarmerende toestand van het water te melden. Daar werd niet of nauwelijks op gereageerd. De mensen aan de haven besloten toen zelf het heft in handen te nemen en plaatsten de vloedplanken in de dijkcoupure. Toen eindelijk toch iemand van de gemeente polshoogte kwam nemen, kregen ze nog een uitbrander omdat er geen opdracht voor was gegeven. Later bleek het water zo hoog te komen dat het water over de planken heen kwam. Zoals gezegd woonde ik aan de Torendijk en om vier uur hoorden we buiten lawaai en werd er op de deur gebonst. Dat bleken de buren te zijn die al op de hoogte waren van een mogelijke dijkdoorbraak. Toen mijn vader de trap was afgegaan en polshoogte ging nemen was het al gebeurd. In geen tijd stond hij tot aan zijn knieën in het water. Tijd om nog wat te redden was er niet meer, want het water steeg met zo een snelheid dat het na een paar minuten al boven aan de trap stond. Even later zakte het water weer, dat kwam omdat toen het water over de dijk voor ons huis de Stadspolder in liep. Buiten was het één chaos, vanuit het zolderraam zagen we van alles voorbij drijven. Het was intussen ochtend geworden en we zagen op de dijk mensen verschijnen die zoveel mogelijk slachtoffers naar de dijk probeerden te halen. Dit gebeurde soms met gevaar voor eigen leven. Voor het huis van de buren was een complete hooiberg blijven steken. Dat is toen onze redding geweest. De kerels op de dijk klommen daar overheen en sloegen bij de buren een gat in het dak, zo konden die aan de dijk komen. Tussen het huis van de buren en ons huis was een poort van ongeveer twee meter breed. De redders kwamen via de zolder van de buren met planken aan. Deze werden van raam naar raam geschoven waar we over moesten klauteren. Ik zie nog het kolkende water onder de planken doorvliegen. Zo is het hele gezin aan de dijk gekomen en werden we naar cafe Havenzicht van Marien de Looff, gebracht, dit pand was hoger gelegen en we hielden er droge voeten. Aan de Torendijk stonden ongeveer 35 huizen, waar van er nu nog 10 staan, ook ons huis staat er nog. Alle andere huizen zijn met de eerste vloedgolf weggespoeld. Bij al die huizen stond de schuur achter in de tuin. Nadat die waren weggevaagd kwam de golf weer op kracht en werden ook de huizen aan de dijk weggespoeld. Die ravage en verdronken mensen (buren en vriendjes) zag ik aan de dijk op weg naar Havenzicht. Dit beeld zal nooit meer uit mijn geheugen verdwijnen.

Mijn vraag werd jaren later beantwoord.

Net zo onverwachts als de ramp van 1953 zelf Almere. Het was weer zover. Ons dagje ‘oude land’ snuffelen. Na een bezoek aan Delft, Leiden, Dordrecht en ’s Hertogenbosch was Haarlem, die zaterdag in 2001 ons doel. Gewoon lekker de stad in. Lunchen en dwalen door het centrum om vervolgens de dag traditioneel af te sluiten met een gezellig etentje. Voor mij Jan Evers, mijn vrouw Elly en onze vrienden Hans en Herma was dat het recept om even uit nieuwbouwstad Almere te vluchten en historische steden te inhaleren. Iets wat we tot op de dag van vandaag nog doen.

 

Dus dit keer naar Haarlem. Voor mij was Haarlem de stad waar mijn Opa en Oma hadden gewoond. Maar er was meer. In 1949 ben ik in Bloemendaal, om de hoek, geboren. Mijn vader werkte als graficus, typograaf in die tijd bij Drukkerij van de Linden, later bekend als Drukkerij Planeta. Dit bedrijf was gevestigd aan de Bakenessegracht te Haarlem. Mijn Vader besloot na mijn geboorte voor zichzelf te beginnen en koos voor het opzetten van een reclame- en grafisch bedrijf in Zierikzee. Daar waar veel familie van mijn moederskant woonden.

 

Twee jaar later in 1951 werd mijn zus Annet daar geboren. Het bedrijf groeide geleidelijk, maar moeizaam. Inmiddels is het februari 1953…..stormvloed. Wij woonden in de Nieuwe Boogerdstraat en een vloedplank, door het water gedreven, beukte de voordeur in en verdween er in een snelle vaart door de achterdeur weer uit. Ik zelf herinner me niets behalve het geluid van een helikopter die zich boven de stad aan het oriënteren was. Waarschijnlijk het gevolg van het gezegde; stilte na de storm. Immers de straat was normaal best levendig als verbindingsstraat tussen de markt en de haven. Daar stopt mijn geheugen en laat het mij in de steek tot….. Haarlem 2001.

 

Ik was die dag degene die reed. Dus bij Haarlem aangekomen op zoek naar een parkeerplaats. Zoeken en rijden maar. Plotsklaps zie ik een straatnaambord Bakenessegracht. Ik reageer met de woorden. Hier was mijn evacuatieadres. Na een parkeerplaats te hebben gevonden in de Linschotenstraat vroeg ik aan mijn vrienden of zij het bezwaarlijk vonden met mij op zoek te gaan naar Drukkerij Planeta. Daar was immers ons gezinnetje ondergebracht bij de familie van der Linden.

 

De eigenaren van de zaak waar mijn vader rond 1950 als bedrijfsleider werkzaam was. Zoals ik schreef liet het geheugen mij in de steek tot het moment dat ik als 4-jarig jongetje speelde met een joods jongetje Moos in een pakhuis bij een handelaar in oude lompen en metalen, die aan de gracht gevestigd was.

 

Gezien vanuit het opvangadres herinner ik mij een beeld van een grote brug en kerktoren. Aan de overzijde van de gracht bij de brug was een winkeltje wat ik mij nog herinnerde. De eigenaar was een joodse man, die buiten in een hokje een aap had. Binnen kocht je pinda’s, waarmee je vervolgens de aap voedde. Met die gegevens moest ik het doen. Ik liep dus naar de plek waar ik zicht had op de brug, die veel kleiner bleek dan dat ik in mijn geheugen had. Achter mij bevond zich een kinderdagverblijf. Echt iets van deze tijd. Evenals de computerwinkel waar ik naar binnen liep om informatie in te winnen. Sorry meneer zei de verkoper. Een drukkerij hier aan de gracht zegt mij niets. Ik liep terug naar de brug en zocht het winkeltje. Geen winkel te zien maar wacht. Op de hoek was een woonhuis gevestigd in een oud winkelpand. Dit was duidelijk waarneembaar door het houten pui met veel houtsnijwerk. Dit kon niet missen. Hier zat ooit een aapje, waarschijnlijk op een stokje, in een kooi te wachten op pinda’s. Ik liep weer terug de brug over naar het pand waarin het kinderdagverblijf gevestigd was. Ik zocht de voor- en zijgevel af en stuitte op een gebrandschilderd raam met de tekst: Bakkerij van der Linden. Ik zit hier goed en mijn vrienden bleven mij in het spoor volgen.

 

Mijn adrenaline steeg en zocht naar meer en dat heb ik gekregen. Ik kijk over de gracht of er iemand in de buurt was die mijn vondst konden bevestigen. In de verte zie ik een fietser onze kant op komen. Hij stopte, stapte af en nam de fiets in de hand naar binnen. Ik versnelde mijn pas en riep meneer, meneer. De man wilde net zijn deur sluiten, maar ik was op tijd. Goedendag meneer mag ik u wat vragen. Natuurlijk. Ik vertelde hem mijn bevinding en wilde een bevestiging van mijn vermoedde het evacuatieadres te hebben gevonden. Ja dat klopt zij de man. Ik ben er evenals mijn broer werkzaam geweest. Ik stelde mij voor als Jan Evers. De man keek mij verdwaast aan en zei. Dan ben jij de zoon van Jan Evers die mij het vak als zeefdrukker heeft geleerd.

 

Ondertussen keek ik om mij heen en zag allemaal posters hangen. Tja zegt de man. Mijn broer en ik hebben er hier een grafisch museumpje van gemaakt. Vervolgens vertelde hij dat Meneer van der Linden en hij samen in 1953 naar Dordrecht waren gereden om mijn moeder, zusje en mij op te halen. Daar waren wij met een binnenvaartschip vanuit Zierikzee naar toe gebracht. Ingestapt en naar Haarlem gereden. We waren allemaal verrast van wat ons was overkomen en de gebeurtenis wordt nog regelmatig opgehaald bij vrienden. Zo was het en is het zonder te romantiseren op papier gezet. Een gebeurtenis die net zo onverwachts op kwam als de watersnoodramp zelf.

 

Jan A. Evers Geboren te Bloemendaal op 27-02-1949 Op papier gezet te Almere op 7 februari 2013

De ramp

Wat een bijzonder verhaal en erg ontroerend.