Weer honden begraven in Heinkenszand

De dierenbegraafplaats van Huiduc in Heinkenszand gaat na jaren weer open. Een jonge ondernemer, de 23-jarige Annabel Faase, heeft het roer overgenomen van het echtpaar Prins dat na vijfenvijftig jaar stopt. Ze gaat ook het dierenpension en het dierencrematorium runnen.

De dierenbegraafplaats ligt vlak langs de snelweg A58. Je hoort de voorbijrazende auto's, maar door de weelderige begroeiing straalt de begraafplaats voor honden en katten toch rust uit. Opvallend zijn de vele lege plaatsen en de ruimte. Annabel Faase hoopt de dierenbegraafplaats nieuw leven in te blazen. Voor Theo (73) en Mies Prins (72) werd begraven fysiek gewoon te zwaar. Annabel Faase denkt dat ze over klandizie niet te klagen heeft: "Als ik zie hoe dat bij de familie Prins gaat, dan komt het wel goed."

Rouwkamer

Mies Prins kijkt terug op mooie jaren: "We hebben lieve, aardige mensen als klant gehad. Ik had moeite om te stoppen." Theo, voormalig sportleraar, geeft energiek een rondleiding door het dierencrematorium. In de ontvangstruimte krijgen gasten een kopje koffie en kunnen ze hun wensen kenbaar maken. Het dode dier wordt in een naastgelegen vertrek opgebaard op een tafel. Daarop een kleedje en enkele sierlijke kandelaars. Kasten met urnen staan langs de wand en op een lessenaar prijkt een gedenkboek voor honden. Het woord rouwkamer is hier zeker op z'n plaats.

Kaarsen op de tafel waar huisdieren worden opgebaard. (foto: Omroep Zeeland)

Poreuze botten

Als mensen afscheid hebben genomen van hun geliefde huisdier, belandt het kadaver in een ruimte naast de rouwkamer. Daar staat de oven. Die wordt verhit tot wel 1000 graden Celsius. Na het verbrandingsproces blijven alleen de botten over. Die zijn door de hitte poreus geworden en worden verder vermalen in een molen die naast de oven staat. De as wordt uiteindelijk uitgestrooid of gaat in een urn terug naar de eigenaar.

Urn voor hondenas in de vorm van een hondje (foto: Omroep Zeeland )

Meer over dit onderwerp:
Heinkenszand dierencrematorium
Deel dit artikel:

Reageren