'Van geweer tot trouwring, alles heeft hier een verhaal'

Het oorlogsmuseum Vitality in Kapelle bestaat vijf jaar. Het kleine museum over de Tweede Wereldoorlog ligt vol met interessante objecten en achter ieder voorwerp in de vitrine zit een verhaal.

Andries Looijen startte het museum vijf jaar geleden toen hij de nalatenschap kreeg van Minus Goud. Zijn privécollectie was de basis voor het museum. "Ik was altijd al geïnteresseerd in de Tweede Wereldoorlog", vertelt Looijen. "En toen ik de collectie van Goud ontving, wist ik dat ik er meer mee moest doen, dat ik hem niet alleen voor mezelf kon houden."

Zij zijn gestorven voor de vrijheid die we nu genieten. Dat verhaal kan niet vaak genoeg verteld worden."
Andries Looijen van oorlogsmuseum Vitality

Het verhaal achter het museum begint echter veel eerder, namelijk toen Looijen 7 jaar was. "Ik was bij een evenement met oude legervoertuigen en toen gaf Minus Goud mij een lift naar huis in zijn oude jeep. Op dat moment is tussen ons een bijzondere vriendschap ontstaan."

Grote plannen

Het museum is het resultaat van die vriendschap. En Looijen heeft nog grotere plannen voor het museum. "We hebben hier in Kapelle de Franse begraafplaats, de enige in Nederland. Ik zou graag zien dat we op termijn daarheen verhuizen, zodat de bezoekers van de begraafplaats in één keer ook het verhaal achter de graven meekrijgen."

Franse militairen streden door in Zeeland toen de rest van het land al gecapituleerd had. En ook Franse soldaten die sneuvelden in andere delen van het land liggen in Kapelle begraven. "Zij zijn gestorven voor de vrijheid die we nu genieten. Dat verhaal kan niet vaak genoeg verteld worden", vindt Looijen.

Droom

Hij hoopt dan ook over nog eens vijf jaar het volgende jubileum bij de begraafplaats te kunnen vieren. "Dat is echt een droom. Maar kijk naar het museum, dat was ook een droom. En nu is het er. Dus wie weet..."

De naam van het museum, Vitality, komt van de codenaam voor voor de bevrijding van Zuid-Beveland. Het kleine museum zit tot de nok toe vol met wapens, gereedschappen, documenten en andere interessante objecten.

Trouwring

Ze zijn allemaal genummerd, zodat je het verhaal erachter kunt opzoeken in de catalogus. Maar één object heeft geen nummer: een trouwring. Een nummer heeft het niet, maar wel een verhaal.

De ring was van een Franse soldaat die in het ziekenhuis lag in Goes. Toen hij opknapte, wist hij dat hij krijgsgevangene zou worden, dus gaf hij zijn trouwring aan een verpleegster in bewaring, met de intentie om hem na de oorlog weer op te halen. Maar de soldaat is nooit op komen dagen en pogingen om zijn identiteit te achterhalen, liepen op niets uit.

Nachtkastje

Zuster Dekker bewaarde de ring 75 jaar lang in haar nachtkastje. Toen vorig jaar een laatste poging om de soldaat of zijn nabestaanden te vinden mislukte, gaf ze de ring aan het museum.

Zo heeft ieder object in het museum een verhaal. Maar er is één verhaal dat volgens Looijen met kop en schouders boven de rest uitsteekt, namelijk dat van de Franse soldaat Donatien Hamon. Hij raakte op 16 mei zwaargewond bij gevechten in de buurt van Wemeldinge.

Laatste sacramenten

Zijn situatie was zo ernstig dat hem de laatste sacramenten al werden toegediend. Het kostte zes operaties, maar de taaie Fransman overleefde het en hij vierde twee weken geleden zijn 102e verjaardag.

Bij wijze van verjaardagscadeau kreeg de krasse knar een oorkonde van de gemeente Kapelle. Dat had nog wel flink wat voeten in de aarde, omdat volgens een onderlinge afspraak tussen de geallieerde landen eremedailles alleen aan soldaten uit eigen land mogen worden uitgereikt.

Maas in de wet

Vijftien jaar lang kreeg Looijen om die reden overal nul op het rekest. Totdat hij een maas in de wet vond: de gemeente Kapelle reikt ieder jaar een eigen erepenning uit en die is normaal gesproken voor verenigingen, maar de gemeente was bereid om voor deze Franse veteraan voor één keer een uitzondering te maken.

Een nieuw pronkstuk in de collectie van het museum is de Peugot 202 B. Met dat legervoertuig vochten de Fransen op Zeeuwse bodem. Looijen heeft vorig jaar een exemplaar op de kop getikt en heeft hem vervolgens samen met enkele vrijwilligers van het museum opgeknapt. In totaal zit er 540 uur werk in de restauratie van het legervoertuig.

Op de zijkant staat het insigne van het 271e regiment infanterie, het Franse legeronderdeel dat op Zeeuwse bodem doorvocht na de capitulatie. Met de lijfspreuk van het regiment: "Je boute er m'arcboute.

Luctor et emergo

Volgens Looijen betekent dat: "Ik beuk en ik overwin." Die leus vertoont opvallend veel overeenkomsten met onze lijfspreuk: luctor et emergo. "Zo zie je maar weer dat er toch meer overeenkomsten zijn met de Fransen dan we denken", lacht Looijen.

Lees ook:

Deel dit artikel:

Reageren

Recent nieuws