Hoge Raad: Rijk mag doorgaan met onteigening Hedwigepolder

De eigenaar van de Hedwigepolder moet zijn grond afstaan voor ontpoldering, ondanks zijn bezwaren daartegen. Dat heeft de Hoge Raad bepaald. Eigenaar De Cloedt vond dat de rechtbank in Middelburg te weinig oog had voor alternatieven. Maar de Hoge Raad heeft zijn bezwaren van tafel geveegd.

Hedwigepolder (foto: Omroep Zeeland)

Met het besluit van de Hoge Raad is de onteigening van de Hedwigepolder definitief. Wel zal er nog verder worden gesproken over een schadevergoeding voor De Cloedt.

De eigenaar van de Hedwigepolder heeft altijd gestreden tegen het gedwongen afstaan van zijn grond. Maar in juni 2016 oordeelde de rechtbank in Middelburg al dat zijn bezwaren ongegrond waren. Daarop ging De Cloedt in cassatie bij de Hoge Raad. Hij vond dat de Middelburgse rechtbank onvoldoende naar alternatieven voor onteigening had gekeken.

De rechter in Middelburg gaf in 2016 (en dus nu ook de Hoge Raad) alleen een oordeel over de onteigening. De ontpoldering van de Hedwige is namelijk een al eerder genomen politieke beslissing.

Eigenaar wil het zelf doen

De Cloedt heeft zelf een baggerbedrijf. Zelf kwam hij met een voorstel om zelf de Hedwigepolder onder water zou zetten en toch eigenaar zou blijven. De advocaat-generaal, een belangrijke adviseur van de Hoge Raad, stelde in september nog dat de rechtbank in Middelburg die optie niet zorgvuldig genoeg had bekeken. In zijn advies schreef hij daarom dat de uitspraak van de Middelburgse rechtbank vernietigd moest worden.

De Hoge Raad komt tot een ander oordeel en verwerpt het cassatieberoep. De Hoge Raad is van oordeel dat het Rijk het alternatief van De Cloedt om zelf de polder onder water te zetten mocht afwijzen omdat het gaat om 'grootschalige infrastructurele werken, waaronder waterkeringen, waarmee de openbare veiligheid is gemoeid.'

Raadsheer Edgar du Perron over de uitspraak

Lees ook:

Meer over dit onderwerp:
Hoge Raad Hedwigepolder onteigening ontpoldering
Deel dit artikel:

Reageren