Hoe een kleine fruitteler groot werd door de watersnoodramp

Zijn boomgaard in Renesse stond in 1947 vol appel- en perenbomen. De watersnoodramp verdronk alle bomen van Johannes Cornelis Braber. Enkele jaren erna bouwde hij zijn boomgaard opnieuw, maar werd hij ook gevraagd voor een andere klus.

De vader van Leo Braber werd door Staatsbosbeheer gevraagd om de herinplant van Schouwen en Duiveland te doen. "Ze kwamen met de pet in de hand naar mijn vader. Hij wist eigenlijk ook niet waar hij aan begon, maar deed het. Dat was best bijzonder in die tijd. Nu zie je overal groenvoorzieningsbedrijven, destijds had je er geen", zegt Leo Braber.

In 1969 kwam hij werken in het bedrijf. Hij wist niet zo goed wat hij wilde, volgde een groenopleiding en ging uiteindelijk werken bij zijn vader. Al heel snel moest Leo de zaak overnemen, omdat zijn vader op jonge leeftijd stierf. "Ik denk nog elke dag aan hem. Als ik op plekken loop waar hij nieuw groen geplant heeft, ben ik wel trots."

Op sommige plekken kun je nog heel goed zien tot waar het water gekomen is."
Leo Braber - eigenaar groenvoorzieningsbedrijf

Eén van die plekken is de Slotlaan bij Slot Moermond. Aan het begin van de laan staan nog een aantal eiken. "Die zijn van voor de ramp", weet Leo te vertellen. "Je kunt hier precies zien tot waar het water is gekomen. Achter die dikke eiken zie je wat dunnere bomen staan, die heeft mijn vader later geplant."

Slotlaan Renesse 1953 - Slotlaan Renesse 2018 (foto: Omroep Zeeland)

In de afgelopen zeventig jaar is het bedrijf gegroeid, mede dankzij de watersnoodramp. Inmiddels heeft Leo Braber vijftig vaste mensen in dienst. Hij draagt langzamerhand het stokje weer over aan een nieuwe generatie. "De ramp heeft het bedrijf veel gebracht. Na de herinplant kwam sierbeplanting in de mode, dus ook daar konden we weer van profiteren. Toch durf ik te zeggen dat mijn vader de groenvoorziening in ging en groot werd, een toevalstreffer was."

Meer over dit onderwerp:
Renesse watersnoodramp 1953 Braber
Deel dit artikel:

Reageren