Watersnoodpad: Dit was maandag 29 januari

Verslaggevers Mark Rijk en Pim van den Berge liepen vandaag hun vierde etappe van de wandeltocht in de sporen van de watersnoodramp; van Stavenisse naar Sint-Philipsland. Lees mee hoe Pim deze dag beleefde en bekijk het beeldverslag.

Reclame-figurant

Als we bij Kees Slager, oud SP-senator en boekenschrijver, binnenstappen in zijn huis, een oud gemaal in de polder bij Poortvliet, lijkt het net of we in een Unox-reclame figureren. Slager, bijna 80 maar met een blijvende jeugd besmet, staat boerenkool uit de eigen tuin te snijden en heeft champignonsoep opstaan. Hij onderbreekt zijn kookbewegingen om voor Mark flesjes abdijbier te halen. Hij snuift wanneer ik een glaasje water vraag. En terecht.

Want de 17 kilometer van vandaag behoren gesmoord te worden met iets van alcohol, om de illusie van het bikkel zijn te benadrukken. Alleen, ik ben geen bikkel, ik ben een 53-jarige die de laatste kilometers sjokt als een teneergeslagen bedevaartganger.

Gelukkig maken de verhalen van Kees Slager en de schaterlachen van Mark veel goed. Net voordat de calvados de avond moet afmaken sluip ik weg naar het slaapkamertje in het gemaal, waar de wind vrij spel heeft vanuit alle richtingen. Op 50 meter roert de Oosterschelde zich, die 65 jaar geleden Tholen binnendrong in onder andere Stavenisse.

Straf van God

Want daar staan we de volgende dag, op een leeg Havenplein. Voor de eerste keer is niemand op komen dagen. We hebben wel een afspraak met de gebroeders Moerland, die nu naast elkaar wonen in rusthuis Elenahof. Zij delen hun belevenissen met ons. Piet, de oudste, wist de nacht van de Ramp een stukje verderop van zijn huis dat onder water kwam, zichzelf, zijn vrouw en kindje veilig te stellen.

Rijn woonde in de Kerkstraat nog bij zijn ouders en werd meegesleurd door de rivier die de straat was geworden toen de verderop gelegen dijk brak. Hij wist zich ook te redden, net als zijn hele familie.

Ik vraag hem of hij ook gelooft, zoals velen in Stavenisse toen, dat God de Ramp veroorzaakte in 1953, om de Zeeuwen te straffen. Hij schudt zijn hoofd: "Nee, daar heb ik nooit in geloofd. Wel is het een wonder dat mijn hele gezin het heeft gered, want in de Kerkstraat lieten 80 van de 156 slachtoffers in Stavenisse het leven."

De reis gaat vandaag via Sint-Annaland, waar speciaal voor ons een Noorse noodwoning wordt opengesteld, naar Sint Philipsland. Het is een lange, barse dag waar ik iedere keer de rug van Mark een beetje kleiner zie worden omdat zijn tempo niet de sjokversnelling kent. Als we Flupland naderen ligt het eiland er ordentelijk bij. Hoe anders moet het geweest zijn toen het water kwam en vrijwel alles in bezit nam. Alleen nog wat hoger gelegen delen konden toen droog blijven.

Op zo'n gedeelte woonde Joop Nele 65 jaar geleden, en zag als negenjarige jongen de mensen uit het dorp zijn kant opkomen. Nu zit hij droog in het praathuisje op de dijk en zegt er niet veel meer van te herinneren. Maar na een paar vragen verhaalt hij er op los met dingen die toen gebeurden en nu heel soms nog in het praathuis voorbij komen.

Net als we binnen zijn begint het keihard te regenen en waaien. "Ben je niet bang, als soms de wind weer zo tekeer gaat en het water stijgt", vraag ik aan Joop. Hij leunt achterover en kijkt me aan zoals al vele mannen van 70 jaar en ouder naar me hebben gekeken, en waardoor ik me als een snotneus van 53 voel: "We hebben de kering en wat ooit heuveltjes waren zijn nu hoge dijken die Sint Philipsland beschermen. Ik hoef niet meer bang te zijn." ​

Morgen: dinsdag 30 januari

Op dag 5 is Deltapark Neeltje Jans het startpunt. Pim en Mark lopen vervolgens naar Serooskerke op Schouwen-Duiveland.

Meer over dit onderwerp:
Zeeland Watersnoodramp De ramp van 1953
Deel dit artikel:

Reageren