Watersnoodpad: Dit was woensdag 31 januari

Verslaggevers Mark Rijk en Pim van den Berge hebben dag 6 achter de rug van hun wandeltocht in de sporen van de watersnoodramp. De route startte in Zierikzee, de finish was in Capelle. Lees mee in het dagboek van Pim en bekijk het beeldverslag.

Beproefd maar niet gebroken. Vier woorden die we pas op de een na laatste dag van onze reis te lezen krijgen. En die de Watersnood, in ieder geval voor een hoop mensen die we spraken deze week, perfect omschrijven.

Vanaf de Val bij de Zeelandbrug zigzaggen we door Zierikzee, de enige stad die we bezoeken en zwaar heeft geleden toen het water kwam. Als getuige loopt Jan van den Hamer uit Ouwerkerk met ons mee, samen met zijn dochter en de kleurige Corine die van Noord-Beveland is aangewaaid met de Zuidwestenwind.

Op zolder

Jan was acht in 1953, en is ook, net als gisteren Maarten Dijkman, een fit ogende oudere man. Per kilometer krijgen we meer inzage in de nachtmerrie van Ouwerkerk, zoals Jan die heeft beleefd. Op zolder bij opa en oma, daarna een nacht op zolder bij de school, evacuatie. Veel verloren familieleden. Omdat hij vrolijk meeloopt, schrik ik van zijn opbollende tranen als het tijdens een radio-interview over die familieleden gaat. En misschien is het alleen mijn eigen gemoed dat weer vol schiet bij het horen van zoveel verlies.

We schuimen door Zierikzee met wind en water, en zien dat het water aan de Vismarkt hoger dan 3 meter kwam. Niet zo gek als je van een van de zijstraatjes van de Oude Haven naar beneden kijkt. Toen ook de vloedplanken faalden stond niets meer in de weg van het hongerige water dat zich alleen nog maar naar het ondergelegen deel hoefde te laten voeren.

Naar Capelle

Alleen met Jan lopen we naar Capelle, het eindpunt van vandaag. Ik hang een beetje achter de twee mannen aan en kijk over een groot gedeelte van de route van deze week uit. Links de etappe via Sirjansland naar Dreischor, rechts Ouwerkerk en recht vooruit Nieuwerkerk en Bruinisse. Morgen 65 jaar geleden braken een stuk verder de dijken en zou ik door het water moeten waden, op zoek naar veiligheid, warmte of in iedere geval een stuk hout om me vast te klampen. Om me heen zouden huis en haard drijven, ontzielde lichamen van dier en mens en zou de wanhoop zich van me meeter maken.

Maar het is 2018 en ik loop op asfalt, terwijl de Kering en de dijken me beloven dat 1953 echt de laatste keer was dat het water zou winnen.

Samen met Mark sta ik even later op het kerkhof van Capelle. Bijna de helft van de 100 inwoners werden door het water verraden en hun namen staan op een sobere zwarte steen. Twee huizen bleven gespaard, en in de jaren daarna zouden niet veel huizen teruggebouwd worden. Het kerkhof heeft dus nog ruimte genoeg.

Kijken bij watersnoodmuseum

Omdat we vroeg zijn krijgen we onderdak bij Jan van den Hamer en zijn vrouw. Wederom Schouwse gastvrijheid ten top. Aan het eind van de middag lopen we naar het Watersnoodmuseum. Daar maakt iedereen zich op om de herdenking zo goed mogelijk vast te leggen Lichten, camera's, snoeren en partytenten maken deel uit van een mediafabriek die alle vorm van ingetogenheid lijken tegen te gaan. Ook het herdenken heeft mee moeten gaan met de eisen van de huidige tijd.

In het museum kijk ik nog een keer op de dodenlijst naar de naam van een van de zoontjes die in de armen van zijn vader, kraanmachinist Blom, bij De Schelpenhoek van de kou stierf. Hij zou nu zeventig zijn geworden.

Morgen, op de laatste dag lopen Mark en Pim van de begraafplaats in Capelle naar het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk.

Meer over dit onderwerp:
Zeeland Watersnoodramp De ramp van 1953
Deel dit artikel:

Reageren