Watersnoodpad: Dit was donderdag 1 februari

De laatste loodjes wegen het zwaarst. De laatste etappe voerde verslaggever Pim van den Berge en Mark Rijk van Capelle naar de herdenking in Ouwerkerk. Voldoening overheerst en het thuisfront lonkt. Lees het persoonlijk verslag van Pim en bekijk het beeldverslag.

Op mijn telefoon staat een gemist geluidsberichtje deze ochtend. Het is één van mijn zoontjes die in vier gebroken zinnen laat weten dat het genoeg is en dat ik naar huis moet komen. Dat gaat vandaag dan ook gebeuren, maar eerst volgt nog de laatste etappe.

Die begint waar we gisteren min of meer eindigden: het kerkhof van Capelle. Wist ik gisteren nog te vertellen dat daar niet meer begraven werd doordat het gehucht nooit echt opnieuw is opgebouwd na 1953, vanmorgen weet ik wel beter. Dankzij Ria Geluk.

Van top tot teen bezieling

Ria is het vleesgeworden geweten van de erfenis van de Watersnood. Ze weet alles en vindt overal nog meer van. Kort van stuk, lang van stof en van top tot teen gevuld met bezieling. Ze woont nog steeds op de plek waar ze was ten tijde van de ramp en waar haar grootouders omkwamen. Die werden niet in Capelle begraven. En dat steekt.

Volgens haar wilde de gemeente het gehucht opruimen na de ramp, want er woonden toch alleen maar mensen die zich ophielden aan de zelfkant van de maatschappij: dagloners en arbeiders.

Maar de achtergeblevenen bonden de strijd aan toen het kerkhof van Capelle geruimd zou worden en maakten een monument met de namen van de verdronkenen. Het was een waarschuwing aan de gemeente: Tot hier en niet verder!

Opgevangen bij de kolenboer

Na Capelle gaan we met een redelijk grote groep richting de herdenking bij het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk. Oudgedienden van deze week sluiten weer aan en ook Merientje de Vlieger uit Bru loopt mee. Gehuld in een grote gele poncho en haar parapluutje uitdagend naar de wind en de hagel uitgestoken, vult ze de tijd op de route met haar verhalen over de ramp.

Veelal anekdotes over de tijd dat haar familie in Rotterdam samenwoonde met een kolenboer die zijn woning wilde delen met de slachtoffers uit Bruinisse. Twaalf mensen in een klein huisje, want wie verloren was moest opgevangen worden.

Dan komen we bij de herdenking. En of het komt door het intieme karakter van ons leven in de afgelopen week of niet: de grootsheid en het spektakel die gepaard gaan met het herdenken staan me tegen. Ik erger me aan de toespraken van de burgemeester en de commissaris van de Koning.

Waarom moeten zij spreken over iets waar ze geen deel van uit hebben gemaakt, maar omdat dit nu eenmaal is zoals we dingen doen? Commissaris Polman struikelt over een zin die 'gaten' en 'dichten' bevat. Het lijkt alsof hij de woorden voor het eerst opleest...

Dankbaarheid naar alles en iedereen

Er zijn wat Mark en mij betreft geen woorden genoeg om onze dankbaarheid uit te spreken naar alles en iedereen die ons heeft gesproken, gevoed, gelaafd, gehuisvest of gewoon getolereerd. Er is niets mooier als regionaal verslaggever dan het gevoel te hebben welkom te zijn in je eigen provincie.

Verslaggevers Mark en Pim liepen in de sporen van de Watersnoodramp op Tholen en Schouwen-Duiveland; zeven dagen lang, bijna honderd kilometer.

- Watersnoodpad: Dit was woensdag 31 januari
- Watersnoodpad: Dit was dinsdag 30 januari
- Watersnoodpad: Dit was maandag 29 januari
- Watersnoodpad: Dit was zondag 28 januari
- Watersnoodpad: Dit was zaterdag 27 januari
- Watersnoodpad: Dit was vrijdag 26 januari

Meer over dit onderwerp:
Zeeland Watersnoodramp De ramp van 1953
Deel dit artikel:

Reageren