'Joe ken ik wêh, hie bin d'r jihn van d'n dominee'

Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid is geboren in Bruinisse, maar het grootste deel van zijn jeugd bracht hij door in Zaamslag. Daar leerde hij fikkie steken, brommer rijden en vuurwerk afsteken. En hij had er zijn eerste baantje als boerenknecht. Vandaag was hij terug in zijn Zeeland voor werkbezoeken aan Heinkenszand en Middelburg. En daar stak hij niet onder stoelen of banken dat hij trots is op zijn Zeeuwse afkomst.

Hoe Zeeuws bent u?

"Ik ben geboren in Bruinisse. Mijn vader was dominee dus dan verhuis je veel. Bruinisse was zijn eerste gemeente en daar ben ik in 1977 geboren. Twee jaar later verhuisden we naar Alphen aan den Rijn en toen ik een jaar of zeven was gingen we in Zaamslag wonen. Dat is de geboorteplaats van mijn vader en hij wilde daarom heel graag de kerkelijke gemeente daar dienen. We hebben een jaar of acht in Zaamslag gewoond en dat is dus eigenlijk mijn hele jeugd geweest."

Naar welke scholen ging u?

"Van mijn zevende tot mijn vijftiende heb ik in Zaamslag gewoond. Ik zat op basisschool De Torenberg en daarna op het Zeldenrustcollege in Terneuzen. Dat zijn de jaren waarin ik ben gevormd. Dus ja, ik voel me heel Zeeuws."

Minister Hugo de Jonge toen hij nog een kleine jongen in Zaamslag was (foto: Hugo de Jonge)

Hoe bent u gevormd in Zeeland?

"Ik was natuurlijk een Hollands ventje. Ik was twee toen ik vertrok uit Bruinisse. Het echte kletsen heb ik in Alphen aan den Rijn geleerd. Toen ik in Zaamslag kwam wonen sprak ik natuurlijk Hollands. En dat is niet de manier waarop je in Zaamslag snel vrienden krijgt. Dus moest ik eerst zorgen dat ik het dialect onder de knie kreeg. Hoe ik in Zaamslag gevormd ben? Ik heb daar gespeeld, ik heb daar leren fikkie steken, vuurwerk leren afsteken, op brommers leren rijden. Alles wat je doet op een dorp. Ik heb daar heerlijke jaren gehad. En ik heb er leren werken, misschien is dat nog wel het meest bepalend geweest."

Hier woonde Hugo de Jonge tijdens zijn jeugd in Zaamslag (foto: Hugo de Jonge)

Wat voor werk deed u toen?

"Ik werkte bij de boer. De eerste boer bij wie ik ging werken dat was De Punthoeve, De Punt zeiden we op Zaamslag. Ik was toen een jaar of dertien en ik ging daar samen met mijn broer balen stro sjouwen. Dat was wel mooi, want het was de boerderij waar de opa van mijn vader knecht is geweest.

Heeft u nog vriendschappen overgehouden uit uw tijd in Zaamslag?

"Niet zoveel. Als kind van een dominee verhuis je heel veel. Elke vier jaar ga je weer naar een andere gemeente. Alleen in Zaamslag zijn we langer blijven wonen, daar was het acht jaar. Door al die verhuizingen raak je elkaar wel een beetje uit het zicht. Maar af en toe kom ik nog weleens iemand tegen uit Zaamslag, via Facebook of op het werk, en dat is altijd weer een mooie ontmoeting."

Spreekt u nog steeds het dialect uit uw kindertijd?

"Soms. Maar als ik Zeeuwen tegenkom, dan is het bijna niet tegen te houden. Dan zit de tongval er zo weer in. Vroeger ging ik veel met vriendjes spelen op het dorp. Het mooie van zo'n dorp is dat het een hele hechte gemeenschap is. Het omzien naar elkaar dat zie je nog echt in de dorpen in Zeeland. Het nadeel ervan is, is dat iedereen elkaar kent. Dus als je als ventjes kattenkwaad aan het uithalen bent...en dat deden we natuurlijk weleens..."

​Dan zag je een open raam met mooie witte vitrages ervoor. Dan waren wij besjes aan het blazen, van die mooie rode besjes weet je wel, en die bleven zo heerlijk plakken aan die vitrages. Dat mag natuurlijk allemaal niet, maar we hebben er wel een hoop pret om gehad."
Hugo de Jonge, minister van Volksgezondheid, haalt herinneringen op over zijn jeugd in Zaamslag

"Dan zag je een open raam met mooie witte vitrages ervoor. Dan waren wij besjes aan het blazen, van die mooie rode besjes weet je wel, en die bleven zo heerlijk plakken aan die vitrages. Dat mag natuurlijk allemaal niet, maar we hebben er wel een hoop pret om gehad. En dan werden we gesnapt en dan kwam er iemand naar buiten en die zei van: 'Joe ken ik wêh, hie bin d'r jihn van d'n dominee' En dan kwam ik thuis en dan was mijn vader al gebeld. Maar hij werd nooit boos. Hij snapte wel dat kattenkwaad erbij hoorde. En op een dorp kennen ze het zoontje van de dominee nu eenmaal. Dat zijn herinneringen uit het verleden die je nooit meer helemaal kwijt raakt."

Heeft Zeeland met u ook een ambassadeur in het kabinet?

"Ja, graag zelfs. Ik hou heel erg van Zeeland. Het is een prachtige provincie. Wat je ziet in Zeeland is dat het omkijken naar elkaar hier nog echt bestaat. Zelf woon ik nu in Rotterdam en soms zou ik willen dat dat dorpse samenleven, dat omzien naar elkaar, dat we dat van Zeeland zouden leren, zouden overnemen en onder de knie zouden krijgen. Dus zeker: Ik hou van Zeeland, ik heb er een heerlijke jeugd gehad en ik denk er nog altijd met veel warmte aan terug."

Lees ook:

Deel dit artikel:

Reageren