Vijftien jaar Westerscheldetunnel in cijfers

De Westerscheldetunnel bestaat morgen vijftien jaar. Miljoenen voertuigen passeerden in die tijd de tolpoortjes, er stonden honderden pechgevallen en er gebeurden helaas ook ongelukken. Tien cijfervragen aan tunneldirecteur Harald Schoenmakers.

1. Hoeveel voertuigen zijn de afgelopen 15 jaar gepasseerd door de tunnel?

De teller staat, tot 1 maart, op 84.692.983. Dat is een heleboel en we merken dat het aantal tunnelgebruikers jaarlijks nog steeds aanmerkelijk groeit.

2. Hoeveel voertuigen verwerkt de tunnel per maand?

De drukste maand ooit was vorig jaar oktober, goed voor 646.479 passages. Maar gewoonlijk zijn de maanden juli, augustus en september de drukste van het jaar. In de winter is het iets stiller in de tunnel.

3. Hoeveel snelheidsbekeuringen worden er jaarlijks uitgedeeld?

In de tunnel mag je maximaal 100 km per uur rijden. De gebruikers van de tunnel houden zich de laatste jaren beter aan dat maximum dan in het begin. De cijfers van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) gaan terug tot 2006. Toen werden nog 55.000 overtredingen geconstateerd. Dat cijfer is inmiddels sterk gezakt, naar 16.000.

De trajectcontrole werkt niet alleen in de tunnel. In totaal is de hele trajectlengte, in beide richtingen, ruim acht kilometer. Opvallend is dat er vaker te hard wordt gereden door het noordzuid-verkeer (Westbuis) dan door het zuidnoord-verkeer (Oostbuis). Een verklaring daarvoor is er niet.

4. Hoe zijn de voertuigen verdeeld?

Acht procent van alle passages komt voor de rekening van vrachtwagens. Maar de grote bulk (ruim 85%) komt van personenauto's die naar de overkant gaan. Gemiddeld genomen rijdt er in de ochtend iets meer verkeer naar Zeeuws-Vlaanderen en in de middag meer verkeer naar Zuid-Beveland. Sinds 2013 zijn motoren verplicht via de bemande kassa te rijden. Dat is voor de veiligheid van de motorrijders, omdat motoren moeilijker te detecteren zijn door de magnetische lussen in de tollanen. Bovendien kunnen motorrijders in de kassa aanspraak maken op het speciale tarief voor motoren. Maar de motoren vormen nog steeds een zeer kleine minderheid.

5. Hoe vaak wordt de t-tag gebruikt?

Ongeveer tweederde van de passages wordt betaald met een t-tag. Maar de laatste drie jaar wordt het aandeel t-tag gebruikers iets kleiner. Beter gezegd: het aantal gebruikers zonder t-tag groeit wat sneller dan het aantal aantal gebruikers met t-tag. In de zomerperiode wordt er altijd meer contant betaald.

6. Hoeveel pechgevallen en ongelukken zijn er gebeurd?

Van alle jaren weten we dat niet exact, omdat we dat vanaf de opening niet hebben bijgehouden. Vanaf het moment dat we het hebben bijgehouden zien we dat er meer op onze omliggende wegen gebeurt, dan in de tunnel zelf. We hebben het gemiddeld over honderd pechgevallen per jaar. Dat zijn mensen die in de tunnel stil komen te staan met bijvoorbeeld een lekke band of brandstoftekort. Drie tot vier keer per jaar hebben we gemiddeld een serieus incident. Dat varieert van aanrijdingen tot een aantal keren een brand. Helaas hebben we in de tunnel zelf nu twee dodelijke ongevallen te betreuren en op de weg van en naar de tunnel in al die jaren vier.

7. Hoeveel tol is de afgelopen vijftien jaar geïnd?

In totaal is dat 386.620.709 miljoen euro. Dat is een fors bedrag. Met dat geld worden allereerst de lasten die gemaakt zijn afgelost. De tunnel en alles dat eromheen ligt kostte 750 miljoen euro. Maar ook het onderhoud kost geld. Vanaf 2009 heeft de provincie de aandelen overgenomen en met het tolgeld is ook de Sluiskiltunnel voor een deel betaald.

Dagelijks lekt er tweeduizend liter de tunnel in (foto: Westerscheldetunnel)

8. Hoeveel liter water lekt er dagelijks in de tunnel?

Per dag lekt er per buis iets meer dan 2.000 liter de tunnel in. De tunnel lekt water omdat de tunnelwand bestaat uit losse delen. Het water lekt vooral langs de voegen tussen de tunnelsegmenten. Daar zit een rubberen afdichting. De tunnelconstructie zet uit als het warmer wordt en krimpt bij lagere temperaturen. In de winter lekt de tunnel dus meer dan in de zomer. Het lekwater wordt onder het wegdek in het onderste deel van de tunnel opgevangen, ook wel de zool van de tunnel genoemd. Via buizen stroomt het water vanuit de zool van de tunnel naar in totaal vier pompkelders. Vanuit de pompkelders wordt het vocht terug de Westerschelde ingepompt. Het ontwerp van de Westerscheldetunnel houdt rekening met maximaal 22.000 liter lekwater per etmaal. Daar blijven we dus ruim onder.

9. Vorig jaar is het aantal passages met acht procent gegroeid. Als die groei doorzet, hoe lang kan de tunnel het verkeer dan nog aan?

De grote toename van het aantal passages heeft niet één duidelijke oorzaak. Het is een combinatie van factoren: de aantrekkende economie, de toename van bedrijvigheid (met name in de Zeeuwse havens) en de groei van het toerisme uit België. Ook de verbeterde infrastructuur rond de Westerscheldetunnel met in het zuiden de Sluiskiltunnel, in het noorden de verdubbelde Sloeweg en de verlengde A4 bij Bergen op Zoom hebben waarschijnlijk invloed op de groei. Het is dan ook speculeren wanneer de groei op z'n maximum zit, maar 8% groei zal geen tendens van jaren zijn. De tunnel zelf en de wegen zijn overigens berekend op een nog groter verkeersaanbod dan nu. Zowel de tunnelweg op Zeeuws-Vlaanderen als de tunnelweg op Zuid-Beveland zijn een aantal jaren geleden al opgewaardeerd naar twee keer twee rijstroken.

Meer over dit onderwerp:
westerscheldetunnel 15 jaar
Deel dit artikel:

Reageren

Recent nieuws