Bij wie moet je aankloppen als het water stijgt?

Bij wie moet je aankloppen als het water stijgt?
Bij wie moet je aankloppen als het water stijgt? © Omroep Zeeland
Kortgene is voor schrijver Kees Slager een voorbeeld van een plaats waar de autoriteiten het lieten afweten tijdens de Rampnacht van 1953.
Slager blikt terug op die Rampnacht, die een bestuurlijke omslag veroorzaakte in Zeeland. Ten tijde van de ramp telde Zeeland nog 101 gemeenten en een lappendeken aan waterschapjes. De bestuurders daarvan waren niet allemaal gekozen vanwege hun kwaliteiten, maar vaak vanwege hun maatschappelijke positie. "De baas van zo'n waterschapje was vaak de rijkste boer uit de buurt. En als je een adellijke achternaam had, was er meestal wel ergens een dorpje waar je burgemeester kon worden", aldus Slager.
<p>De 79-jarige journalist, schrijver en politicus Kees Slager woont op het eiland Tholen. Hij is geboren in Scherpenisse. Van zijn naslagwerk <em>De Ramp</em> zijn ruim 40.000 exemplaren verkocht. In het boek beschrijft hij gedetailleerd het verloop van de Watersnoodramp. Slager werkte als journalist voor Het Vrije Volk, de VARA en de VPRO. Bij de Provinciale Statenverkiezingen in Zeeland in 2007 was hij lijstduwer voor de SP. Daarna zat hij van 2007 tot 2011 voor die partij in de Eerste kamer. Tegenwoordig zit Slager voor de SP in de gemeenteraad van Tholen. Na veel andere boeken, verscheen onlangs het vijf kilo wegende boek <em>Tholen</em> over de geschiedenis van het eiland, dat hij schreef samen met Matty Verkamman. </p>

Schrijnende situaties

Het versnipperde bestuur leidde in de rampnacht tot schrijnende situaties. Kortgene is daarvan het meest sprekende voorbeeld voor Kees Slager. In de nacht van 31 januari op 1 februari vierden bestuurders feest in het dorp, vanwege de opening van het nieuwe gemeentehuis. Bestuurders weigerden naar de kade te komen, waar cafébaas Jan de Looff en zijn drie zonen inmiddels de vloedplanken op de kaai hadden opgesteld.
Volgens de havenmeester was er weinig aan de hand. Daarna brak de dijk en verdronken veel mensen.
Kees Slager, auteur De Ramp
"De enige die op een gegeven moment wilde komen, was de havenmeester. Maar die begon meteen te schelden omdat hij de enige was die toestemming had mogen geven om de vloedplanken te gebruiken", vertelt Slager. "Daarna vertrok hij weer; er was volgens hem weinig aan de hand. Kort daarna brak een dijk door waardoor veel mensen in het dorp zijn verdronken."

Totaal de kluts kwijt

Veel andere burgemeesters en dijkgraven in Zeeland lagen te slapen, namen geen beslissingen of raakten totaal de kluts kwijt. "Je ziet na 1953 dan ook dat het hele stelsel van die kleine waterschappen op de schop gaat. En als je in Zeeland nog burgemeester wilde worden, moest je aantonen dat je stressbestendig was."
Kees Slager
Kees Slager © Omroep Zeeland

Keerzijde van medaille

Van de 101 Zeeuwse gemeenten in 1953, zijn er nu 13 over. Er is ook één groot waterschap voor heel Zeeland. Maar volgens Slager hebben die samenvoegingen een keerzijde. "De bestuurlijke kwaliteit is ongetwijfeld vergroot, maar dorpen zijn wel hun voorman kwijt. Wat als er weer een grote ramp gebeurt, wie neemt dan in mijn dorp de leiding? Vroeger was dat automatisch de burgemeester. Ook al hebben ze het in 1953 niet allemaal goed gedaan, het dorp wist naar wie ze het eerst moest kijken. Nu zijn er rampenplannen en krijgen we appjes, maar wat als de stroom uitvalt?", waarschuwt Slager.