'Goed dat we oefenen, maar de kans dat het misgaat is erg klein'

'Goed dat we oefenen, maar de kans dat het misgaat is erg klein'
'Goed dat we oefenen, maar de kans dat het misgaat is erg klein' © EPZ
kerncentrale Borssele
kerncentrale Borssele © OZ
Het ging om een oefening op papier. De ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Justitie en Veiligheid deden samen met de Veiligheidsregio's Zeeland en Midden- en West-Brabant en de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming of er een fictief incident was bij de kerncentrale. Ook een aantal instanties in België deed aan de oefening mee.

Beter voorbereid op ongelukken

Het doel van de oefening is de vernieuwde plannen, procedures en mogelijke maatregelen te oefenen die er zijn om de veiligheid te waarborgen. Met de contacten, ervaring en kennis die in aanloop naar en tijdens de oefening worden opgedaan, willen alle betrokken partijen beter voorbereid zijn op kernrampen, en op incidenten en rampen bij grote bedrijven in de chemische industrie.
Voor burgemeester Gerben Dijksterhuis van Borsele was het zijn eerste grote oefening als burgervader van Borsele. "Het is goed dat we oefenen, om klaar te zijn voor als het echt misgaat, moeten we dit blijven doen, al is de kans uiterst klein dat het fout gaat."

Wie doet wat

Jan Lonink, voorzitter van de Veiligheidsregio Zeeland noemt de oefening 'nuttig en noodzakelijk'. "We hebben gekeken naar de vraag wanneer je moet evacueren of mensen moet laten schuilen, en wie wat moet doen. Bij belangrijke besluiten tijdens een ramp worden wij geadviseerd door experts."

Wettelijk verplicht

De laatste grote gezamenlijke oefening werd gehouden in oktober 2011. Diensten zijn op basis van nationale en internationale richtlijnen verplicht regelmatig te oefenen. Eerder deze week stelde de Onderzoeksraad voor Veiligheid dat Nederland, België en Duitsland zich beter moeten voorbereiden op een mogelijk ongeluk in een kerncentrale. De landen moeten de crisisplannen beter op elkaar afstemmen, meer oefenen en beter met elkaar en met burgers communiceren.
Op 16 en 18 april wordt er ook geoefend. Van de oefening is voor de buitenwereld niets te zien. Er zijn geen brandweer- of meetwagens die af en aan rijden. Het is een oefening waar gekeken wordt hoe men snel en zorgvuldig maatregelen en besluiten neemt en dit met elkaar afstemt . Het gaat met name om de nationale en internationale informatie-uitwisseling en coördinatie, en de crisisvoorlichting aan de media en het publiek.

Lees ook: