Nieuwe veerboot valt elf keer per week uit door harde wind

De wind zal bepalen of een nieuwe veerboot tussen Vlissingen en Breskens kan uitvaren of niet. Die nieuwe boot zal bij windkracht 7 of hoger uit de vaart moeten, verwacht de provincie. Dat betekent dat er gemiddeld iedere week elf afvaarten uitvallen.

Stormachtige wind op de boulevard van Vlissingen (foto: Kees Marijs uit Arnemuiden)

Omroep Zeeland heeft op basis van de KNMI-cijfers uitgerekend hoe vaak het zó hard waait dat veerboot de oversteek waarschijnlijk niet kan maken: naar schatting is dat 614 keer per jaar, dat is gemiddeld 51 keer per maand en dat komt dus neer op ruim elf keer per week.

Varen bij harde wind en hoge golfslag

Hoe de nieuwe veerboot er precies uit gaat zien, is nog niet bekend. In elk geval wordt die anders dan de boten die nu varen. De huidige veerboten zijn SWATH's, die door hun diep onder de waterspiegel liggende drijvers zeer geschikt zijn om bij harde wind en hoge golfslag te varen. Maar ze zijn duur qua brandstof en onderhoud.

De nieuwe veerboot, die in 2024 zal gaan varen, wordt in elk geval geen SWATH maar een schip met een gewone romp of eventueel met twee rompen, een catamaran dus. Maar dat soort schepen zijn gevoelig voor golven en zo'n boot moet al bij windkracht zeven in de haven blijven. Dat is tot nog toe het uitgangspunt van de Provinciale Staten, die daar in 2016 een voorlopig plan voor hebben vastgesteld.

KNMI

Omroep Zeeland heeft bij het KNMI de statistiek van het weerstation in Vlissingen van de afgelopen twintig jaar bekeken: in hoeveel uren telde de windmeter daar windkracht zeven of hoger? De exacte rekenmethode vind je onderaan dit bericht.

Het ging in die periode om in totaal 6149 uur, gemiddeld 307 uur per jaar, tijdens de uren overdag dat hij volgens de dienstregeling zou moeten varen, dus van 6.00 tot 22.00 uur.

Verlies van 614 afvaarten per jaar

Maar die nieuwe veerboot gaat in zijn eentje de dienst onderhouden. Daarom heeft de veerboot slechts twee afvaarten per uur (een vanuit Vlissingen en de ander vanuit Breskens), wat bij elkaar dus een verlies per jaar betekent van 614 afvaarten.

Provinciebestuurder Harry van der Maas reageert geschrokken op de cijfers. "Ik vind het veel als ik dit getal hoor. Het is belangrijk dat het een betrouwbaar schip wordt. Ik wil wel voorkomen dat het een schip wordt dat al bij windkracht zeven uit de vaart is. Als het zo'n schip wordt dan moet er een alternatief zijn."

'Eén van de huidige schepen als reserve'

Een mogelijke oplossing zou zijn om één van de huidige SWATH-schepen toch te behouden, denkt de gedeputeerde: "Je zou ook na kunnen denken of je één van de huidige schepen als reserve moet achter houden. Op het moment dat er te veel wind en golfslag zijn, kun je terugvallen op een van de huidige schepen."

De huidige SWATH's kampen zo nu en dan met technische storingen, maar zijn wel prima bestand tegen hardere wind. In de afgelopen jaren, sinds de exploitatie door de Westerschelde Ferry BV, zijn de twee boten op slechts dertien dagen in totaal korte of langere tijd uit de vaart gegaan vanwege de weersomstandigheden.

Vier dagen per jaar

Bijvoorbeeld omdat het te hard woei, de getijdenstroming te gevaarlijk was of de golfslag te hoog. Ook bij dichte mist kan er niet worden gevaren. Gemiddeld zijn hebben de SWATH's dus iets meer dan vier dagen per jaar een of meer uren niet kunnen varen. Dat blijkt uit cijfers die de provincie beschikbaar heeft gesteld.

Ter vergelijking: wanneer een nieuwe boot met 7 Bft niet meer zou mogen afvaren zou er op 85 dagen per jaar sprake zijn van uitval, kijkend naar de weerstatistiek, met daarbovenop een nog onbekend aantal gemiste afvaarten vanwege gevaarlijke getijdestromen of dichte mist.

De huidige veerboot vaart gewoon uit bij harde wind (foto: Pieter de Bruijne uit Middelburg)

De berekeningen in dit bericht zijn gebaseerd op de statistiek van het KNMI-weerstation in Vlissingen, aan de Piet Heinkade. Er is gerekend vanaf 27 mei 1998 tot en met 26 mei 2018, wat een periode van precies 20 jaar is, waarin alle maanden in gelijke aantallen voorkomen, zodat het totaalcijfer niet beïnvloed wordt door verschillen in seizoenen. Want in het ene seizoen waait het sterker dan in het andere seizoen.

Grafiek

Onderstaande grafiek is gebaseerd op de wind per maand in de afgelopen twintig jaar. Te zien is het aantal keren dat een afvaart zou zijn omdat het 7 Bft of hoger is.

Hoe is het door Omroep Zeeland berekend? In de praktijk van alledag zal een kapitein bij zijn of haar besluit om al dan niet te gaan varen zowel de weersverwachting en als de eigen ervaring betrekken. Om uit te rekenen hoe vaak hij of zij zal besluiten niet te gaan varen, hebben we aangenomen dat de kapitein correct inschat hoe hard het gaat waaien in het komende uur en dan ook rekening houdt met extra zware, incidentele windstoten.

Aangenomen wordt dat de kapitein in elk geval de uren met de gemiddelde snelheid hoger dan 6 Bft (dus alle windsnelheden vanaf 139 decimeter per seconde) niet vaart. Maar hij of zij zal zelf moeten kiezen als het windkracht 6 is en er windstoten kunnen worden verwacht die daar overheen gaan.

Glazen en kopjes moeten blijven staan

Voorzichtigheidshalve nemen we ook aan dat hij in slechts een deel van de gevallen dat er hogere windstoten worden verwacht daadwerkelijk de boot aan de kant houdt. Met name omdat de kapitein rekening zal willen houden met het comfort van de passagiers. Die mogen niet zeeziek worden. En omdat er in de nieuwe boot waarschijnlijk weer een buffet komt, moeten de glazen en kopjes op tafel kunnen blijven staan.

De berekening zelf is gebaseerd op de download van deze pagina van het KNMI. Alleen de uren tussen 6.00 tot en met 22.00 uur zijn bekeken, want dat zijn de gewone vaaruren.

Vereenvoudigd

De aannames hebben we in de berekening vereenvoudigd: in de tabel is per uur de gemiddelde windsnelheid verhoogd met één derde van het verschil tussen de snelheid van de hoogste windstoot en de gemiddelde snelheid. Wanneer dat cijfer boven de 138 decimeter per uur komt (de 7 Bft-grens) wordt dat uur als 'niet varen' geteld.

Dan nog is deze berekening aan de behoudende kant. Een veerboot kan namelijk evenmin goed varen als de getijstroom te sterk is om de haven in of uit te varen, als het tij zodanig is dat de boot niet aan de ponton kan afmeren en de boot kan evenmin varen bij dichte mist. Het gemiddelde aantal van 51 gemiste afvaarten per maand is dus nog een behoudende schatting.

Meer over dit onderwerp:
KNMI Veerboot vlissingen-breskens
Deel dit artikel:

Reageren

Recent nieuws