Na 65 jaar nog altijd een trauma van de Watersnoodramp

Onder overlevenden van de Watersnoodramp van 1953 had veel leed voorkomen kunnen worden als er in de jaren ná de Ramp voldoende psychische hulp was geweest. Uit onderzoek van huisarts Marjan Meekma uit Middelburg blijkt dat tal van slachtoffers een posttraumatische stressstoornis opliepen bij de ramp. Bij sommigen duurt die tot de dag van vandaag.

Eén van die slachtoffers is Dick Sies uit Nieuwerkerk. Als zesjarige jongen maakte hij de Ramp mee en verloor zeven familieleden bij de tweede vloed. Hij begon pas klachten te ervaren rond de veertigjarige herdenking van de ramp in 1993. "Eerder had ik er ook wel over willen praten", vertelt Sies over zijn jeugd. "Maar dat werd afgekapt, er werd gewoon niet over gepraat. Je moest door." Hij werd vooral geteisterd door slapeloosheid. Sies klopte wél aan bij zijn huisarts en uiteindelijk slaagde hij er in zijn klachten de baas te worden en te kunnen praten over zijn verdriet. Inmiddels werkt Sies in het Watersnoodmuseum en praat heel veel over zijn ervaringen. "Dat voelt goed, het lucht op om erover te praten."

Meekma concludeert in haar rapport dat tal van overlevenden rondom de ramp een posttraumatische stressstoornis opliepen. Een fenomeen dat destijds nog onbekend was. Gebrek aan psychische hulpverlening in combinatie met de 'zwijgcultuur' heeft ervoor gezorgd dat sommige mensen tot op de dag van vandaag kampen met psychische klachten.

Volgens Marjan Meekma ontbrak psychische hulp in Zeeland in de periode na de Tweede Wereldoorlog nagenoeg volledig. ''In de jaren vijftig was er één psychiater in Zeeland. De eigenlijke klachten werden amper benoemd", aldus Meekma. Zeeland telde volgens Meekma in de jaren vijftig veel meer zelfmoorden dan de rest van Nederland. ''En in Stavenisse werd gesproken over een stormneurose.'' Bij harde wind togen dorpelingen massaal richting huisarts voor kalmerende middelen. "Dat was natuurlijk een teken aan de wand."

Negen maanden in angst geleefd

Dat overlevenden van de Watersnoodramp tot op de dag van vandaag getraumatiseerd zijn, bleek vanmiddag in het radioprogramma de Zeeuwse Kamer. Joop van den Berg liet weten dat hij een posttraumatisch stressstoornis aan de Watersnoodramp heeft overgehouden. Als zesjarig jongetje zat hij op de dag van de Ramp urenlang op een dak met een kleed over zich heen. "Je weet niet wat er gaat gebeuren. Dat maakt een enorme indruk op een jongetje van zes jaar."

Van den Berg werd ziek, lag zes weken in het ziekenhuis in Goes en moest daarna de provincie uit. "Ik ben uit het gebied gerukt. Een paar weken nadien ben ik naar een herstellingsoord in Noordwijk aan Zee gestuurd. Daar heb ik negen maanden gezeten." Een keer in de maand zag hij twee uur zijn moeder.

In het herstellingsoord werd er geen rekening mee gehouden dat Van den Berg uit een watersnoodgebied kwam. "Ik moest daar elke dag onder de douche. Het was een trauma voor mij. Van den Berg vertelt dat hij die negen maanden heel angstig heeft geleefd. "Je wist dat je ieder dag onder de douche moest. Je kon gillen en krijsen, maar er werd geen rekening mee gehouden."

Razendsnel toegang tot het laatste Zeeuwse nieuws, het weer, sport en live radio en tv? Download de Omroep Zeeland app voor Android of iPhone/iPad.

Meer over dit onderwerp:
onderzoek Watersnoodramp PTSS
Deel dit artikel:

Reageren

Recent nieuws