Scheepsknecht Kees overleefde bombardement Slag om de Schelde, maar de oorlog werd hem toch fataal

Dit jaar is het 75 jaar geleden dat een van de grootste operaties van de Tweede Wereldoorlog op Nederlands grondgebied plaatsvond: de Slag om de Schelde. Aanleiding voor verslaggever Martijn van der Werff om een verhaal uit te zoeken dat al jaren meegaat in zijn familie en zich afspeelde rond die Slag: Het gezonken schip van zijn overgrootvader met aan boord scheepsknecht Kees Hout.

Verslaggever Martijn van der Werff zoekt een verhaal uit dat al jaren in zijn familie meegaat (foto: Omroep Zeeland)

Iedere zomer als ik ging varen met mijn ouders werd het wel een keer gezegd: "Hier ligt het schip van de vader van opa. Gebombardeerd door de geallieerden." En 'hier' is zo'n 200 meter uit de kust van Terneuzen, ter hoogte van de Westerscheldetunnel en de fabriek van Dow op zo'n 26 meter diepte. Daar ligt het binnenvaartschip 'De Onderneming', onder een inmiddels dikke laag zand waarschijnlijk.

Het moet in augustus '44 zijn geweest, als mijn overgrootvader Bram Vermeulen het onheil ziet naderen. De geallieerden rukken steeds verder op en het zal niet lang meer duren voordat Terneuzen wordt bevrijd. En die bevrijding zal ongetwijfeld gepaard gaan met bombardementen. Opa Tjoepje - zoals 'ie later door ons werd genoemd vanwege zijn hond met die naam - lag met zijn binnenvaartschip De Onderneming in de vluchthaven in Terneuzen. Die haven bestaat nu niet meer, maar lag ongeveer ter hoogte van de plaats waar nu het hoofdkantoor van North Sea Port staat.

Vanwege de dreiging haalt mijn overgrootvader alvast wat huisraad van boord en brengt het naar een veiligere plaats in de binnenstad van Terneuzen. Mijn overgrootmoeder gaat ook van boord. Samen met mijn toen dertienjarige opa trekken ze in bij familie. Mijn overgrootvader en de 23-jarige scheepsknecht Kees Hout blijven aan boord.

'Je kon eigen rijk varen voor de Duitsers in de oorlog'

Op 4 september wordt Antwerpen bevrijd. Duizenden Duitse militairen zitten daarna vast in het gebied tussen de Westerschelde en Noord-Frankrijk. Na de inname van Antwerpen stoten de geallieerden niet meteen door naar het westen. De Duitsers maken van die gelegenheid gebruik om hun troepen en materieel daar weg te krijgen. En daar is maar een vluchtweg voor; over de Westerschelde.

Niet genoeg varend materieel

Maar voor die vlucht hebben de Duitsers niet genoeg varend materieel. Daarom wordt er beslag gelegd op tal van schepen. En zo stappen op 4 september Duitse militairen aan boord van De Onderneming, om het in beslag te nemen. Daarmee komt het door mijn overgrootvader verwachte onheil eerder en in een andere vorm dan hij aanvankelijk dacht.

De moffen blijven van de motor af!"
Scheepsknecht Kees

Mijn overgrootvader gaat van boord. Hij weigert met de Duitsers mee te gaan. De afgelopen vier jaar is het hem niet alleen gelukt zijn schip uit hun handen te houden, maar weigerde hij ook elke vracht die ten voordele zou kunnen zijn van de bezetter. Zo nam hij geen vrachten aan met cement of stenen waar bunkers van werden gebouwd. Hij vervoerde in die tijd hoofdzakelijk landbouwproducten, die uiteraard ook deels bij de Duitsers terechtkwamen, maar waar de lokale bevolking ook nog van kon profiteren. Dus staat het voor mijn overgrootvader als een paal boven water dat hij niet aan boord blijft. Maar scheepsknecht Kees Hout denkt daar anders over.

Kees mag aan boord blijven

"De moffen blijven van de motor af", zegt Kees. Hij is helemaal verguld met het schip, dat in 1939 nog is opgeknapt en onder andere van een nieuwe motor is voorzien. Een twee cilinder Kromhout dieselmotor met 100 pk, voor de liefhebber. De Duitsers stemmen ermee in dat Kees blijft. Het komt ze ook wel goed uit. Hebben ze meteen een schipper.

De Onderneming langs de kade met een lading vlas (foto: Familie Vermeulen)

De Onderneming wordt ingezet als een zogenoemde 'lazaret-boot', waarmee zieke en gewonde Duitse soldaten worden vervoerd. Daarom krijgt het schip ook een groot rood kruis op het ruim.

Vanuit de havens van Terneuzen en Breskens maken veel Duitse troepen de oversteek naar Walcheren. Het is een wanordelijke situatie, blijkt uit verslagen. Maar langzaamaan krijgen de Duitsers er meer grip op en verloopt de oversteek steeds systematischer en vordert de operatie gestaag, ondanks geallieerde aanvallen.

Het roer uit handen

Op dinsdag 12 september vertrekt De Onderneming voor een derde reis sinds de inbeslagname naar Vlissingen. De vracht: 55 Duitse soldaten. Het merendeel daarvan ligt in het ruim. Ziek dan wel gewond geraakt tijdens gevechten. Het moet ergens tussen tien en elf uur in de morgen zijn geweest, wanneer scheepsknecht Kees het 35 meter lange schip vanuit de Westhaven in Terneuzen de Westerschelde opdraait.

Zodra ze op koers liggen, wil de Duitse officier ook even achter het roer staan. Kees ziet dat in eerste instantie niet zitten. Maar het is mooi weer. De zon schijnt, het zicht is goed, het water rustig en met zo'n 15 graden is het een mooie nazomerdag. Dus wat kan er mis gaan. Kees geeft het roer uit handen. Een beslissing waar hij later heel blij mee zal zijn.

Voltreffers

Kees maakt van de gelegenheid gebruik om even naar het voordek te lopen. Maar de rust duurt niet lang. Al snel hoort hij uit de verte vliegtuigen aankomen. Geallieerde vliegtuigen. Niet ongewoon deze dagen, want ze hebben al vaker aanvallen uitgevoerd op en rond de Westerschelde, om de vlucht van Duitse troepen zoveel mogelijk te verhinderen. Gisteren is Breskens nog grotendeels verwoest door een bombardement van de geallieerden. Daarbij zijn 184 burgers omgekomen.

Snel komt Kees erachter dat de vliegtuigen niet op weg zijn naar een vijandelijk doel verderop, maar dat zij zelf het doel zijn. Het schip wordt geraakt door drie voltreffers. Kees duikt plat op zijn buik op het voordek. Terug naar de stuurhut lopen is geen optie meer. Het schip breekt al snel in tweeën en begint te zinken. Hij ziet de gewonde Duitse soldaten door de gaten in de romp naar buiten drijven.

Soldaten verdronken en vermorzeld door schroef

Hij weet zichzelf in veiligheid te brengen door naar de dichtstbijzijnde gasboei te zwemmen. Vanaf daar ziet hij soldaten verdrinken of vermorzeld worden in de nog draaiende schroef die inmiddels boven het water uitsteekt. Uiteindelijk ziet hij het schip met draaiende motor ten onder gaan. Bij het bombardement komen ten minste 25 mensen om en raakt een onbekend aantal mensen vermist. De identiteit van de slachtoffers is nooit achterhaald.

Hoe lang Kees nog op de boei heeft gezeten, is niet duidelijk. Hij is er vanaf gehaald en terug naar Terneuzen gebracht, waar hij wordt opgevangen door mijn overgrootvader. Op een paar kogelgaten in zijn broekspijp na, is Kees niet gewond geraakt.

Nieuwsgierigheid

Na een paar weken in Terneuzen wil Kees terug naar zijn ouders, broer en drie zussen. Via via komt hij erachter dat zijn ouders - ook schippers - in het Goese Sas op Zuid-Beveland liggen. Door de Slag is het lastig aan de andere kant van de Westerschelde te komen. Maar uiteindelijk lukt het hem om met een visser over te steken en komt ie bij zijn ouders terecht.

Het moet ongetwijfeld een fijn weerzien zijn geweest voor Kees. Wat er daarna precies is gebeurd is niet helemaal duidelijk. Volgens de verhalen is hij op 13 november samen met zijn 16-jarige broertje een stukje gaan roeien. Uit een advertentie die op 5 december in de Vrije Zeeuw staat, wordt duidelijk dat het portie geluk van Kees die dag op was. "Tengevolge van een noodlottig ongeval overleden", staat er te lezen boven de namen van Kees en Jan Hout.

Advertentie Vrije Zeeuw 5 december 1944 (foto: Krantenbank Zeeland)

In krantenarchieven, politieverslagen en het gemeentearchief van Goes is niks terug te vinden over een ongeluk. Maar hoogstwaarschijnlijk kwamen de broers Hout op een mijn terecht, die ontplofte. Het gebied rond het Goese Sas was een gevaarlijk gebied vlak na de bevrijding. "Niet alleen waren er enkele schepen op diverse plaatsen in de lucht gevlogen bij de komst van de Canadezen", zegt archivaris Frank de Klerk van de gemeente Goes. "Ook sprongen de bevrijders nogal slordig om met explosieven. Verder is bekend dat de Duitsers op diverse plekken mijnen hebben achtergelaten, en ook boobytraps."

Of De Onderneming nog op de bodem van de Westerschelde ligt, is niet helemaal zeker. Na de oorlog zijn er wel een aantal wrakken geruimd, maar daar is geen administratie van bijgehouden. Zeker is wel dat het binnenvaartschip bij meer recentere wrakruimingen niet is gelicht en gezien de diepte waar het schip ligt, is het geen belemmering voor de scheepvaart nu. De Onderneming ligt dus hoogstwaarschijnlijk nog steeds op de bodem van de Westerschelde, tezamen met de resten van de slachtoffers. Dat maakt het wrak volgens maritiem deskundige Cor Heijkoop een van de vele zeemansgraven die de Westerschelde sinds de Tweede Wereldoorlog telt.

Met dank aan mijn opa Bertus Vermeulen, maritiem deskundige Cor Heijkoop en Frank de Klerk, archivaris gemeente Goes.

Deel dit artikel:

Reageren