'Drijfzand is belangrijke oorzaak watersnoodramp 1953'

DEN HAAG - Hij werkte als ingenieur bij Rijkswaterstaat in Zeeland in de jaren zestig, zeventig en tachtig en is nu actief CDA lid.
Drijfzand Boehmer zegt lang onderzoek te hebben gedaan naar de watersnoodramp en de gevolgen daarvan. Deskundigen zijn er altijd van uitgegaan dat wateroverslag de oorzaak was van de watersnoodramp. Maar Boehmer zegt dat dit niet klopt. Volgens hem bezweken de dijken al voordat het water de top van dijk had bereikt. 'Ooggetuigen zagen complete dijken wegschuiven en gebouwen en telefoonpalen de grond uit floepen'. Dat is volgens Boehmer alleen mogelijk bij drijfzand.
Zeeuwse dijken bestaan uit drijfzand Boehmer vindt dat de Eerste Kamer een onderzoek moet instellen omdat volgens hem de binnenkant van de Zeeuwse dijken nog steeds bestaan uit drijfzand. Volgens hem betekent dat de dijken aan onze kust en langs de rivieren bij een superstorm in stukken uiteen kunnen vallen. Dit gebeurde volgens hem ook in 1953.
Wateroverslag Tjalle de Haan, civiel ingenieur en topadviseur bij Rijkswaterstaat, zegt in een reactie dat waterslag wel degelijk de belangrijkste oorzaak van de watersnoodramp was. Ook andere dijkdeskundigen, zoals professor Henk Saeijs uit Middelburg, oud-hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat in Zeeland zijn hier van overtuigd.