Zeeuwse in Australië: 'We hadden het moeten hebben van maart, april en mei'

West-Australiƫ waar Adrienne Verburg uit Kortgene woont op het zeer afgelegen Fraser Range Station versoepelt vrijdag de strenge coronaregels. Er mag dan weer worden gereisd binnen de deelstaat. "Wij verlaten het station niet vaak, dus voor ons is het geen groot verschil."

Adrienne Verburg (foto: Adrienne Verburg1)

Verburg werkt in Australië met haar partner en zijn ouders op een 'cattle-station' (een groot veebedrijf met koeien) annex caravanpark met restaurant. Het bedrijf is gevestigd 'in the middle of nowhere', om boodschappen te doen moet Verburg drie uur rijden.

Als gevolg van de coronamaatregelen ligt het caravanpark al sinds eind maart stil, en dat is een tegenslag. "We hadden het moeten hebben van maart, april en mei." zegt Verburg.

De keuken van het bijbehorende restaurant kan nog wel draaien. Adrienne Verburg verzorgt daar maaltijden voor mijnwerkers die niet ver van het station geïsoleerd werken in een van de vele nikkelmijnen in het gebied.

Ook met het veebedrijf zitten de omstandigheden tegen, vertelt Verburg. Dat heeft niets te maken met corona, maar wel met de droogte. In West-Australië is al voor het derde jaar op rij maar een fractie van de gebruikelijke hoeveelheid neerslag gevallen. Voor de dieren is dus amper gras te vinden, en dus wordt gesproken over 'uitdunning van de veestapel'.

Elke doordeweekse dag spreken wij in de radiorubriek Zeeuw in het buitenland met een oud-provinciegenoot die in een ander land woont over hoe hij of zij de coronacrisis daar ervaart.

Meer over dit onderwerp:
zib australie adrienne verburg
Deel dit artikel:

Reageren