Middelburgers moeten 748.000 euro terugbetalen aan verdiend drugsgeld

Twee mannen (57 en 53 jaar) en een vrouw (56 jaar) uit Middelburg moeten bijna 748.000 euro terugbetalen aan de Staat. Dat heeft de rechtbank in Middelburg besloten. Ze zouden dat geld zo'n zestien jaar geleden hebben verdiend met wietteelt.

Rechtbank (foto: Omroep Zeeland)

Het Openbaar Ministerie eiste zes weken geleden nog ruim een miljoen euro terug van de drie. Het OM erkende dat de redelijke termijn was overschreden en vond een korting van tien procent over het bedrag dat ze aan crimineel geld hadden verdiend op zijn plaats. De rechtbank vindt echter dat een matiging van 25 procent redelijk is.

Als een zaak meer dan twaalf jaar op de plank blijft liggen, wordt de verdediging echt onherstelbaar belemmerd om adequaat verweer te voeren."
Advocaat Martijn van der Want

De ontnemingsvordering heeft zo lang op zich laten wachten door een samenloop van omstandigheden. In eerste instantie bleef de zaak liggen omdat het Openbaar Ministerie wilde wachten tot de veroordeling van de drie onherroepelijk was. Vervolgens moesten opnieuw getuigen worden gehoord. Dat is vorig jaar gebeurd. Ten slotte duurde het nog een tijd voordat er ruimte was in de planning om de zaak voor te laten komen.

Adequaat verweer onmogelijk

Advocaat Martijn van der Want, die de drie Middelburgers verdedigt, is teleurgesteld. Hij vindt dat het OM niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard en zijn cliënten niets terug hoeven te betalen. "Als een zaak meer dan twaalf jaar op de plank blijft liggen, wordt de verdediging echt onherstelbaar belemmerd om adequaat verweer te voeren. Bovendien is deze uitspraak geen aansporing voor het OM om zaken voortvarender aan te pakken."

Het is de vraag of de drie de enorme bedragen kunnen terugbetalen. Voor de 57-jarige man is dat 466.251 euro en voor de andere twee ieder 140.784 euro. Allemaal hebben ze een uitkering als enige inkomen. Als ze niet betalen, moeten ze een gevangenisstraf uitzitten van 360 dagen.

Advocaat Van der Want heeft de uitspraken nog niet inhoudelijk kunnen bespreken met zijn cliënten, maar geeft aan dat hoger beroep in de rede ligt.

Lees ook:

Deel dit artikel:

Reageren