'Ik ben ooit verliefd geworden op dat paeremes en dat is nooit meer overgegaan'

Frans Dingemanse herinnert zich het nog als de dag van gisteren dat hij in 1978 in Domburg bij iemand waar hij op bezoek was een bijzonder mes op het dressoir zag liggen. Het was zijn eerste ontmoeting met een traditioneel paeremes en hij was meteen gebiologeerd door het handvat.

Het liet hem niet meer los en na verloop van tijd vroeg hij aan de eigenaar of hij het mes mocht lenen. "Ik wilde namelijk zelf ook zo'n mes maken. Door schade en schande word je wijs en het duurde een half jaar voordat mijn paeremes klaar was." Dat was voor Dingemanse meteen ook het begin van een nieuwe carrière.

Ambacht

Vanwege zijn achtergrond had Dingemanse een goede basis om dit ambacht onder de knie te krijgen. Hij tekende al van jongs af aan. En na een opleiding aan de tekenacademie in Den Haag heeft hij jarenlang tekenles gegeven op de Pedagogische Academie in Middelburg en op de Christelijke Scholengemeenschap Walcheren. Daarnaast schilderde hij in zijn vrije tijd. Dat alles combineerde hij met het maken van paeremessen.

Ontslag genomen

Maar hij kreeg het steeds drukker en heeft toen op een gegeven moment een jaar onbetaald verlof opgenomen. "Die vrijheid beviel me zo goed dat ik uiteindelijk in 1997 ontslag heb genomen." Inmiddels zijn we alweer ruim twintig jaar verder en heeft Dingemanse honderden paeremessen gemaakt in zijn atelier achter zijn huis in Nieuw- en Sint Joosland.

Al die kennis die ik opgebouwd heb mag niet verloren gaan voor het nageslacht."
Frans Dingemanse - kunstenaar

Dingemanse hoefde niet bang te zijn dat hij elke keer hetzelfde paeremes zou moeten snijden. Van oudsher zijn ze namelijk allemaal anders. Dat heeft enerzijds te maken met het jaartal waarin het mesheft gemaakt werd en anderzijds met de wensen van de opdrachtgever.

"Aan het begin van de negentiende eeuw had je een heft met een platte bovenkant. Daarna kreeg je een leeuwtje als bekroning en rond 1860 bedenkt iemand om als bekroning een span paarden te gebruiken die uit de mand, oftewel de bagge, eten. En dat is het bekendste model geworden."

Boeren, slagers en timmerlieden

Ook het beroep van de eigenaar van het mes had een grote invloed op het ontwerp: "Een boer wilde bijvoorbeeld alleen maar bloemen, gewassen of dieren op het mesheft. En een arbeider wilde alleen maar gereedschap of een ploeg met paarden, omdat hij daarmee werkte. En dat gold ook voor de attributen voor de timmerlieden en slagers."

Het boek Zeeuwse wondertjes (foto: Frans Dingemanse)

Naast het snijden van deze bijzondere mesheften, heeft Dingemanse in de loop der jaren meer dan honderd antieke paeremessen verzameld. Ook heeft hij een archief opgebouwd met allerlei informatie over deze typische Zeeuwse volkskunst. "Nadat ik op verzoek een hoofdstuk had geschreven in het boek De Zeeuwse streekdrachten over de geschiedenis van het Zeeuwse paeremes begon het te kriebelen. Er was namelijk nog zoveel meer te vertellen over dit stukje Zeeuws erfgoed."

Dingemanse heeft nu alles wat hij weet beschreven en geïllustreerd in het boek Zeeuwse wondertjes. Vormgeving van Zeeuwse heften. "Al die kennis die ik opgebouwd heb, mag niet verloren gaan voor het nageslacht."

Het pearemes

In de loop van de negentiende eeuw kwamen messen met houten heften steeds meer in gebruik. Daarin waren met fijn snijwerk gedetailleerde voorstellingen aangebracht. Het mes met fraai gesneden houten heft ging overal mee naar toe en diende verschillende doeleinden. Het kwam bekend te staan als 'paeremes', naar het span paarden op de bovenkant van het heft. Deze messen kwamen vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw het meest voor. Landbouwers en boerenknechten droegen het mes in een lederen schede in de broekzak. Door net iets meer dan de bekroning van het heft uit hun broekzak te laten steken, lieten zij zien hoe mooi hun heft was.

Dat het paeremes in Zeeland nog steeds tot de verbeelding spreekt, komt volgens Dingemanse door het feit dat het om een bijzondere volkskunst gaat. "Dit soort houtsnijwerk heeft in Zeeland in het verleden een duidelijk gezicht gekregen. Zelfs in de negentiende eeuw werden de paeremessen verkocht aan Engelse toeristen. En ook in de twintigste eeuw bleef de vraag naar dit soort messen bestaan. Daardoor is het in beeld gebleven." Dit in tegenstelling tot andere provincies, zoals Friesland. Daar verdwenen dit soort messen begin 1900 uit het straatbeeld en worden ze dus ook niet meer gemaakt.

Een eigen ontwerp (foto: Frans Dingemanse)

Dingemanse is na ruim veertig jaar nog niet uitgekeken op het houtsnijwerk. "Ik krijg nog steeds erg veel voldoening van het feit dat ik elke keer iets moois maak en dat de opdrachtgever tevreden is met wat ik gemaakt heb. En daarnaast vind ik het altijd weer een uitdaging, vooral wanneer ik zelf iets ontwerp dat nog nooit door iemand is gemaakt. Ik ben ooit verliefd geworden op dat paeremes en dat is nooit meer overgegaan. Ik ben dus ook niet van plan om te stoppen met mijn passie."

Expositie Zeeuws Museum

Vanaf 28 oktober is een deel van zijn collectie paeremessen met bijbehorende illustraties te zien in het Zeeuwse Museum. Het maakt deel uit van de tentoonstelling Mannenpak. "Ik heb ook weleens geëxposeerd in Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam en dat was ook erg bijzonder. Maar om te mogen exposeren in je eigen provincie in combinatie met het pas verschenen boek is wel de kroon op m'n werk."

Reageren