Stormramp van 1911 was 'catastrofaal' voor Bruinisse

Als op één dorp de Zeeuwse lijfspreuk 'Luctor et Emergo' van toepassing is, dan is dat wel op Bruinisse. Daar kwam Saskia Maaskant achter bij het onderzoek naar de stormramp van 1911 die het dorp trof. Ze schreef er een boek over en samen met Huib Uil was ze vandaag te gast in het radioprogramma De Zeeuwse Kamer.

Ook de tramboot bij Zijpe had zwaar te verduren gehad van de storm (foto: Beeldbank Schouwen-Duiveland)

Meerminnen verdrinken niet is de titel van het boek dat Maaskant schreef. Het is geen geschiedenisboek, maar een geromantiseerd verhaal met als basis de stormramp van 1911. Maar eigenlijk moeten we zeggen de vergeten stormramp van Bruinisse, want er wordt maar weinig meer aan gedacht en over geschreven is er ook nauwelijks.

Volgens oud-gemeentearchivaris en stadshistoricus Huib Uil uit Zierikzee komt dat omdat zowel de Tweede Wereldoorlog als de Watersnoodramp van 1953 nog grotere negatieve gevolgen had voor de regio. "Maar voor de vissersvloot en Bruinisse zelf was de stormramp uit 1911 catastrofaal", aldus Uil.

Vissersvloot aan spaanders gehakt

In de nacht van 30 september op 1 oktober 1911 werd Bruinisse getroffen door een orkaan. "Net als in 1953 concentreerde die storm zich op een zwak punt en in dit geval was dat de haven van Bruinisse", zegt Uil. Het gevolg: het grootste deel van de vissersvloot, zo'n 150 mosselboten groot, aan spaanders gehakt, waardoor een derde van de inwoners zonder inkomen kwam te zitten. "Die boten waren een speelbal voor de wind. Sommige boten zijn zelfs bij Anna Jacobapolder gestrand."

Huib Uil met dossier van de Stormramp van 1911 (foto: Huib Uil)

Gelukkig voor Bruinisse kwam er een hulpactie op gang, met koningin Wilhelmina als grote voortrekker. Zij bezocht ook het dorp na de ramp. En een groot deel van de vissers kon uiteindelijk schadeloos gesteld worden. Maar voor de economie van het dorp bleef de stormramp een hard gelag, want veel inwoners trokken naar elders om hun boterham te verdienen, vooral richting Rotterdam.

Huib Uil en Saskia Maaskant over de vergeten stormramp van 1911 in Bruinisse in De Zeeuwse Kamer

Saskia Maaskant kwam in de zomer van 2018 bij toeval op het spoor van de stormramp van 1911, toen ze na het overlijden van haar opa onderzoek deed voor het schrijven van een ode aan hem. Zo kwam ze er achter dat Wilhelmina in 1911 het dorp bezocht en vervolgens liet de ramp haar niet meer los.

Zo kwam ze ook bij Uil terecht. Die had al een en ander verzameld om ooit nog eens iets te schrijven over de ramp en hij stond dit materiaal graag af aan haar. Ze voegde er wat fictie aan toe, met voor Bruinisse bekende namen, maar zonder dat dit te herleiden zou zijn naar bekende inwoners. "Ik wilde niemand kwetsen", geeft ze daarvan de reden. "Maar de mensen in het boek zouden wel hebben kunnen bestaan."

Saskia Maaskant met slaapkapje in museum Brusea (foto: Saskia Maaskant)

Uil is blij met het boek. En ook met de manier waarop Maaskant feit en fictie met elkaar heeft verweven. Dat gebeurt volgens hem niet altijd op een goede manier. "Maar Saskia heeft dat goed gedaan", aldus Uil. En er is volgens hem nog een ander positief punt. "Je kun tenminste zeggen: 'Er bestaat een boek over', als mensen vragen naar de stormramp van 1911."

Lees ook:

Deel dit artikel:

Reageren