Ultimatum inspecties legt bom onder plan opheffen Intervence

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid maken zich grote zorgen over het opheffen van de Zeeuwse jeugdzorgorganisatie Intervence per 1 januari. Dat schrijven de inspecties in een brief aan minister Dekker van Rechtsbescherming en staatssecretaris Blokhuis van Volksgezondheid.

De inspecties willen dat er een goed plan komt voor de 'kwetsbare kinderen en gezinnen' en stellen de Zeeuwse gemeenten een ultimatum. Binnen enkele dagen moet er een uitgewerkt plan komen, anders kan er geen definitief besluit worden genomen over de opheffing van Intervence.

Manifestatie Intervence op Middelburgse Markt op dinsdag 8 december (foto: Omroep Zeeland)

In de brief van 7 december, die in handen is van Omroep Zeeland, constateert hoofdinspecteur Korrie Louwes van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd dat een plan voor de cliënten en werknemers van Intervence er helemaal niet is.

'Nog geen plan'

"Voor zover bij de inspecties bekend is er nog geen plan geschreven door de verantwoordelijke partijen en ook nog geen projectorganisatie ingericht om het voorgenomen besluit uit te voeren."

Dit terwijl het toch gaat om:
"een ingrijpend besluit voor de kinderen en hun naasten, de medewerkers van Intervence en alle betrokken partijen in Zeeland."

'Mogelijke negatieve effecten'

Het ontbreken van een degelijk plan baart de hoofdinspecteur zorgen:
"De inspecties zijn van mening dat van de betrokken gemeenten en instellingen verwacht mag worden dat aan definitieve besluitvorming een plan ten grondslag ligt waaruit o.a. blijkt wat de mogelijke positieve en negatieve effecten op de kwaliteit zijn, wat de gevolgen voor de cliënten en medewerkers zijn en hoe mogelijke negatieve effecten ondervangen worden."

Manifestatie Intervence op Middelburgse Markt op dinsdag 8 december (foto: Omroep Zeeland)

Inspecteur Louwes benadrukt in haar brief, die ook namens de Inspectie Justitie en Veiligheid is geschreven, dat het maken van een zorgvuldig plan belangrijk is omdat het bij Intervence gaat om mensen met veel sociale en vaak psychische problemen:
"Dit is extra van belang aangezien het de meest kwetsbare kinderen en gezinnen in onze samenleving betreft en dat zorgvuldig handelen richting de medewerkers eraan kan bijdragen dat zij behouden blijven voor dit moeilijke werk."

De hoofdinspecteur benoemt verder de krappe arbeidsmarkt in de jeugdzorgbranche, met name in Zeeland:
"Hier komen de zorgen voor de toch al niet rijkelijk bedeelde regio voor specialistische jeugdzorg in Zeeland bij."

Te snel

De wethouders van de dertien Zeeuwse gemeenten willen Intervence per 1 januari opheffen. Dit omdat de jeugdzorgorganisatie volgens hen al jaren te veel kost en er bovendien veel verloop en ziekteverzuim is geweest onder het personeel.

Het is de bedoeling dat personeel en cliënten de komende zeven maanden worden ondergebracht bij drie andere instellingen, namelijk Briedis, het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering en de William Schrikker Groep. Maar een degelijk plan hiervoor zou dus ontbreken. Bovendien is een termijn zeven maanden volgens de inspecties te kort, negen maanden tot een jaar is volgens de diensten realistischer.

Geen plan, geen besluit

Op 15 december willen de Zeeuwse gemeenten een definitief besluit nemen, maar dat is afhankelijk van het oordeel van de inspecties, die adviseren in opdracht van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Nu dat oordeel vooralsnog negatief uitvalt, komt het definitieve besluit om Intervence op te heffen onder grote druk te staan.

Louwes schrijft hierover:
"Een uitgewerkt plan over hoe de komende maanden de kwaliteit en continuïteit van de jeugdbescherming in Zeeland gewaarborgd zal worden en de overdracht plaatsvindt, is voor de inspecties voorwaardelijk om tot een oordeel te komen."

En:
"De inspecties willen kunnen beoordelen of er voldoende waarborgen zijn voor kwaliteit en zorgcontinuïteit (op korte en langere termijn) voor huidige en toekomstige jeugdbeschermingscliënten in Zeeland."

Ultimatum

Vandaag willen de inspecties van de gezamenlijke Zeeuwse gemeenten horen, wanneer ze een uitgewerkt plan kunnen ontvangen. Dat plan moet zijn gemaakt samen met de vier genoemde zorginstellingen en worden voorzien van een visie door de raden van toezicht en raden van bestuur.

De inspecties hebben dan nog vier volle werkdagen nodig om het plan te kunnen beoordelen. De kans lijkt nihil dat dit op zo'n korte termijn haalbaar is. Komt er geen plan, dan schorten de inspecties hun oordeel op en kan er op 15 december geen definitief besluit over het opheffen van Intervence worden genomen.

Lees ook:

Meer over dit onderwerp:
Intervence inspecties
Deel dit artikel:

Reageren