Hoe een Vlissingse burgemeester Amerika aan de eerste slaven hielp

Het jaar 1619 is voor velen gewoon een jaar uit de geschiedenis. Maar voor de Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap is het een van de belangrijkste jaren in de geschiedenis: het begin van de slavernij op Amerikaanse bodem. En dat komt mede door de toenmalige burgemeester van Vlissingen, Jan de Moor. Journalist Leendert van der Valk en archivaris Ivo van Loo vertelden erover in het radioprogramma De Zeeuwse Kamer.

Het schilderij Vlissingen vanuit zee van Petrus Segaers (1669) (foto: Zeeuws maritiem muZEEum)

Journalist Leendert van der Valk schreef voor NRC Handelsblad over de eerste Afrikanen die werden verhandeld onder Nederlandse vlag. Hij hangt zijn verhaal op aan Isabella en Antonio, inwoners van het Ndongo-koninkrijk die in 1619 geketend naar de kust van Angola lopen. Hij heeft Isabella en Antonio gekozen, omdat zij later een kind krijgen dat de boeken ingaat als eerste Amerikaan met Afrikaanse ouders.

Nederlands schip overvalt slavenschip

Als Antonio en Isabella samen met andere slaven onderweg zijn naar Veracruz in Mexico, wordt het Spaanse schip in Carbisch gebied overvallen door twee kapers. Een daarvan moet de Engelse kapitein John Jope geweest zijn, een van de kapers van de Vlissingse burgemeester De Moor die met het schip de White Lion onder Nederlandse vlag in het Caribisch gebied voer.

Van der Valk vermoedt dat de kapers vooral de Spaanse schepen dwars wilden zitten. Het Twaalfjarig Bestand, de periode van twaalf jaar wapenstilstand tijdens de Tachtigjarige Oorlog, was dan wel van kracht, toch werden de grenzen opgezocht. "De hoofdprijs was goud en zilver, zoals we dat van de Zilvervloot kennen, waar ze precies naar op zoek waren, hebben we geen bronnen van", zegt Van der Valk. De slaven werden gezien als bijvangst.

Muziekjournalist verdiept zich in slavernijverleden

Leendert van der Valk is vooral muziekjournalist. "Ik ben veel bezig met Afrikaanse, Caribische, maar ook Amerikaanse muziek. Voor een boek dat ik maakte over Amerikaanse muziek ging ik me afvragen wanneer er voor het eerst Afrikaanse muziek zou hebben geklonken in Amerika, dat is van groot belang voor muziek. Je gaat zoeken en komt dan bij 1619, toen er voor het eerst Afrikanen aan zijn gekomen in Amerika. Tot mijn verbazing werd daar zo'n soort voetnoot bij vermeld dat dat met een Nederlands schip was gebeurd. Dat is altijd in mijn hoofd blijven zitten, zo van waarom weet ik daar niks van? Tot ik de tijd en ruimte kreeg om dat te gaan uitzoeken. Het heeft me zeer verbaasd dat het in Amerika een groot ding is en in Nederland eigenlijk zo goed als onbekend, ook bij veel historici die ik daarover sprak. Alleen de gespecialiseerd mensen weten dat. Het is geen algemene kennis. Dus ik dacht, dat moet ik dan gaan uitzoeken."

Volgens Van Loo was de burgemeester van Vlissingen geïnteresseerd in handel. Zo liet hij in 1614 al de handelsmogelijkheden onderzoeken en zocht hij naar goederen die belastingvrij ingevoerd konden worden. In zijn zoektocht is hij toevallig, via een van zijn kapers, de slavenhandelaar in het Caribisch gebied tegengekomen.

De kapiteins die het schip overmeesterden verdeelden de Afrikanen over de schepen. Antonio en Isabella kwamen op de White Lion terecht die later in Virginia arriveert en als eerste Afrikanen naar Amerika brengt. De White Lion was bijna door de voorraad heen. "De slaven werden toen min of meer verruild voor voedsel", vertelt Van Loo. De archivaris denkt dat de De Moor er uiteindelijk niet veel aan over heeft gehouden.

Luister hieronder de Zeeuwse Kamer terug waarin Van der Valk en Van Loo vertellen over het slavernijverleden van Amerika en de rol van toenmalig burgemeester Jan de Moor.

Zeeuwse Kamer over 1619

Deel dit artikel:

Reageren