Meer dan de helft van de Zeeuwse boeren heeft geen opvolger

Voor 53 procent van de Zeeuwse akkerbouwbedrijven (880 boerderijen) is er geen opvolger. Dat blijkt uit cijfers van het CBS over 2020. Voor melkveebedrijven (waarvan Zeeland er véél minder heeft) is de situatie wat gunstiger: daarvan heeft 35 procent van de boeren geen opvolger.

Meer dan de helft van de Zeeuwse boeren heeft geen opvolger (foto: Omroep Zeeland)

Een opvolger kan een zoon of dochter zijn, maar het kan ook iemand van buiten zijn die het bedrijf koopt.

Als het gaat om akkerbouwbedrijven valt de situatie in Zeeland mee in vergelijking met de rest van Nederland. Alleen in Groningen en Flevoland hebben boeren vaker een opvolger. In de andere provincies is de situatie nog veel nijpender. In de provincie Utrecht heeft slechts 24 procent van de akkerbouwers een opvolger.

Groter = beter

Dat het in Zeeland verhoudingsgewijs iets beter gaat, heeft te maken met de bedrijfsomvang in onze provincie. Grotere akkerbouwbedrijven staan er qua bedrijfsopvolger beter voor dan kleinere bedrijven. Hoe meer hectare hoe hoger het percentage mét een opvolger. Melkveebedrijven doen het in dit opzicht overal in Nederland ook beter dan akkerbouwbedrijven.

Schapen

Van alle ondernemers hebben schapenhouders er de grootste moeite mee om iemand te vinden die op den duur de zaak wil overnemen. Landelijk heeft maar 19 procent van de schapenboeren zicht op opvolging.

Schapenhouders vinden maar moeilijk een opvolger (foto: Omroep Zeeland)

Meer over dit onderwerp:
opvolger akkerbouwbedrijf
Deel dit artikel:

Reageren