Onderzoekers willen polders onder water zetten om de rest van Zeeland te beschermen

Het ligt in Zeeland wat gevoelig, polders onder water zetten, toch is dat wat onderzoekers nu voorstellen als de beste manier om in de rest van onze provincie droge voeten te houden. Door eb en vloed weer toe te laten in een zogeheten 'wisselpolder' tussen twee dijken, kan de verdediging van de kust een stuk duurzamer, natuurlijker én goedkoper worden, zeggen ze.

Werkzaamheden aan de dijken (foto: Omroep Zeeland)

'Ze' zijn onderzoekers Jim van Belzen, Gerlof Rienstra en Tjeerd Boum van het NIOZ Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee en van Rienstra Beleidsonderzoek en Beleidsadvies BV. Hun rapport wordt vandaag gepresenteerd tijdens de Climate Adaptation Summit. Het is geschreven in opdracht van het Wereld Natuur Fonds.

Achterland blijft dalen en verzilten

De kern van de zaak is dat volgens de onderzoekers het telkens weer ophogen van de dijken op lange termijn geen goede oplossing meer is, omdat het achterland daardoor blijft dalen en verzilten. Bovendien bieden de wisselpolders volgens het rapport perspectief voor nieuwe economische functies, waardoor die optie uiteindelijk minder geld kost dan dijkverzwaring.

Het principe van een wisselpolder is gebaseerd op een dubbele dijk. In de huidige zeedijk wordt een opening gemaakt, waardoor eb en vloed weer vrij spel krijgen in het achterliggende land. De zee wordt vervolgens tegengehouden door een tweede dijk: een al bestaande voormalige zeedijk, slaperdijk of nieuw aan te leggen tweede dijk. Die kan iets lager en goedkoper zijn dan de huidige zeewering, omdat de ergste kracht dan al uit het water is gehaald achter de eerste dijk.

Drie tot vijf centimeter per jaar

Het land tussen de dijken zal vervolgens langzaam ophogen door het slib dat na iedere vloed achterblijft. Langs de Westerschelde zal dit volgens de onderzoekers met ongeveer drie tot vijf centimeter verhoging per jaar gebeuren. Na een halve eeuw ligt het land tussen de dijken dus tot wel drie meter hoger.

Schematische weergave van werking wisselpolder na verloop van tijd (foto: NIOZ)

In de tussentijd kan er op het groeiende land aquacultuur worden bedreven, kunnen er zilte gewassen groeien en kan later weer gewone landbouw worden bedreven op de vruchtbare zeeklei. Bovendien kan een deel van de wisselpolder ook worden ingericht als natuurgebied voor steltlopers en andere plant- en diersoorten die van getijdegebieden afhankelijk zijn.

Ontpoldering

Dat in Zeeland het prijsgeven van land aan de zee gevoelig ligt, dat weten de onderzoekers ook. Maar volgens de eerste auteur van het rapport, ecoloog Jim van Belzen, ligt dat bij hun voorstel anders. "In tegenstelling tot eerdere ontpolderingen, hebben dubbele dijken met wisselpolders als hoofddoel waterveiligheid; iets wat diep verankerd is in de Zeeuwse ziel." Hij verwacht dan ook bij het uitvoeren van dit plan veel minder tegenstand dan bij bijvoorbeeld de ontpoldering van de Hedwige.

Bovendien kan de wisselpolder ook benut worden, iets wat veel Zeeuwen doorgaans wel aanspreekt. "Er kan heel veel waarde uit worden gehaald, via bijvoorbeeld mosselteelt of de teelt van zeekraal. En via natuur, wat goed is voor toerisme. Door die opbrengsten valt de kosten-batenanalyse voor een wisselpolder ook veel gunstiger uit dan voor het steeds blijven ophogen van de bestaande zeedijken."

'Niet pas over dertig jaar'

De auteurs stellen dat de Westerschelde, die relatief veel slib zal afzetten in de wisselpolders, het snelste rendement zal opleveren in termen van kustverdediging. In de Oosterschelde, waar minder slib in het water zweeft, duurt het langer voordat het land achter de dijk voldoende zal zijn opgehoogd. "Gezien de naderende zeespiegelstijging is het daar dus helemaal van belang om dit soort maatregelen tijdig in te zetten en niet pas over dertig jaar", aldus Van Belzen

Deel dit artikel:

Reageren