Hoogleraar Jeugdrecht: 'Wat er nu gebeurt in Zeeland met Intervence zou niet moeten mogen en kunnen'

Marktwerking in de jeugdbescherming werkt niet. De onrust en problemen rond het opheffen en opsplitsen van Intervence hebben dat wel bewezen. Dat zegt hoogleraar Jeugdrecht Mariëlle Bruning. "Er zijn alleen maar verliezers bij en rond Intervence."

Bruning is hoogleraar aan de Universiteit Leiden. "Je kan niet van het ene op het andere jaar zeggen: we gaan het nu weer even met een andere aanbieder doen." Jeugdbescherming, waarbij een kinderrechter heeft beslist dat er verplichte zorg in een gezin moet komen, kan je volgens haar niet aan marktwerking overlaten.

Bruning vindt vooral de onrust funest: "Deze kinderen en hun ouders hebben structuur en stabiliteit nodig. Het zijn de zwaarste zaken die we in Nederland kennen. Dus die kan je niet eventjes verplaatsen of opsplitsen. Dat kan je ook de medewerkers niet aandoen."

Regie vanuit Den Haag

Kortom, jeugdbescherming, ook wel de IC van de jeugdzorg genoemd, is té belangrijk voor dit geruzie tussen gemeentes en jeugdzorg, zegt Bruning. Zij pleit er dan ook voor dat er grote veranderingen vanuit Den Haag worden doorgevoerd. "Geen marktwerking en meer regie vanuit Den Haag. Geen partijen meer die elkaar de bal toespelen. Eén regievoerder die zegt hoe het moet."

Wat doet Intervence?

Intervence beschermt de kinderen in Zeeland die dat het hardst nodig hebben. Als er bijvoorbeeld sprake is van mishandeling of verwaarlozing thuis. Vaak gebeurt dat ingrijpen door Intervence op verzoek van de kinderrechter. In 2019 kregen bijna 900 kinderen, uit zo'n 600 gezinnen, met de instelling te maken.

Waarom alle ophef?

Gemeentes besloten eind vorig jaar te stoppen met het financieren van de jeugdbeschermingsorganisatie in Middelburg. Intervence was te duur en werkte niet efficiënt genoeg, werd er gezegd.

Het was de bedoeling dat de meeste medewerkers van Intervence naar drie andere jeugdbeschermingsorganisaties over zouden gaan. Voor die overgang werd drie miljoen euro gereserveerd. Maar dat plan leidde tot onrust onder personeel en gezinnen. Verschillende Inspecties zetten er een streep door. En ook Minister Dekker bemoeide zich ermee. De zorg was niet voldoende gewaarborgd, was hun boodschap.

Wat gebeurt er nu?

Nu moeten de gemeentes kijken naar een overname van heel Intervence door een grotere organisatie, Jeugdbescherming west uit Den Haag.

Dekker liet afgelopen week nog weten dat sinds de onrust over Intervence naar buiten kwam, tachtig gezinnen moesten wisselen van hulpverlener, ook wel gezinsmanagers genoemd. Verschillende hulpverleners zijn vertrokken. Dat is iets wat alle betrokkenen, inclusief gemeentes, juist altijd wilden voorkomen.

Feitelijk zegt Bruning dus dat de beslissing van het Rijk om in 2015 jeugdbescherming als onderdeel van de hele jeugdzorg over te hevelen naar de gemeentes een verkeerde is geweest. Voor nu vindt ze overigens een overname door Jeugdbescherming west uit Den Haag een goede tussenoplossing.

'Kan je kinderen niet aan doen'

Maar het moet echt structureel anders, zegt Bruning: "Dit kan je die kinderen en hun ouders eigenlijk niet aandoen."

Overname is een prima tussenoplossing, maar niet dé oplossing voor het probleem, zegt Bruning (foto: Omroep Zeeland)

Half april is het onderzoek naar de overname door Jeugdbescherming West afgerond. De dertien Zeeuwse gemeentebesturen buigen zich er vervolgens over. Ook verschillende inspecties en het ministerie zijn daarna nog aan zet. Wanneer het onderzoek naar buiten komt, is nog niet bekend.

Lees ook:

Deel dit artikel:

Reageren