Drones moeten onzichtbare patrijzen in het landschap opsporen

Het Zeeuwse landschap wil dit najaar drones in zetten om patrijzen te spotten in de omgeving van Burghsluis. De natuurorganisatie hoopt zo een beter beeld te krijgen van de populatie. Er worden vanaf de grond minder patrijzen geteld dan mag worden verwacht.

Het Zeeuwse Landschap wil patrijzen bij Burghsluis tellen vanuit de lucht (foto: Johnny du Burck)

Boeren en natuurorganisaties proberen het gebied tussen de Oosterscheldekering en de Schelphoek sinds vijf jaar aantrekkelijker te maken voor akkervogels. Met ingezaaide akkerranden, bloemblokken, winterstoppels en andere maatregelen moet het gebied een paradijsje worden voor vogels.

"We willen meer schuilplaatsen en voedselaanbod creëren zodat de akkervogels en hun jongen een grotere overlevingskans krijgen," vertelt ecoloog Suzanne van de Straat van het Zeeuwse Landschap.

Mascotte

Het zogeheten Partridge project werpt zijn vruchten af. Uit tellingen blijkt dat de aantallen kieviten, graspiepers veldleeuweriken en andere akkervogels toenemen. Alleen de mascotte van het project - de patrijs (partridge in het Engels) - lijkt minder te profiteren van de maatregelen. "Toen we begonnen waren hier elf koppels en die hebben we nog steeds," zegt Van de Straat.

Hoeveel koppeltjes patrijzen zitten er bij Burghsluis? (foto: Jannie Timmer)

Het is gissen naar de oorzaak. Van de Straat vermoedt en hoopt dat de patrijzen zich in het gebied goed kunnen verstoppen. "Er zijn er waarschijnlijk wel meer, alleen we zien ze niet." Het Zeeuwse Landschap zoekt het daarom hogerop. "Als je ze te voet benadert zijn ze weg. Door drones in te zetten die weinig lawaai maken hopen we dat de patrijzen blijven zitten en dat we tot een betere telling kunnen komen."

Het Partridge project maakt deel uit van een internationaal onderzoek dat nog twee jaar duurt. Het doel is om kennis op te doen en natuurvriendelijke landbouw te promoten.

Meer over dit onderwerp:
Partridge project
Deel dit artikel:

Reageren