Grote Nederlandse musea maar wat blij met collectie van Zeeuwse amateurarcheoloog

De woning in Middelburg van Jan Meulmeester lijkt wel een museum. Zijn huis staat vol met vitrinekasten met archeologische vondsten en opgezette dieren. Musea als het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam en het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden zijn soms jaloers op de stukken die hij in zijn bezit heeft.

In totaal had Meulmeester ruim vijfhonderd opgezette dieren, allemaal zelf gevonden en op laten zetten. Die dieren gaan binnen nu en een paar jaar in etappes allemaal naar het Natuurhistorisch Museum. Maar zijn mooiste vondsten zijn nu al voor iedereen te bewonderen in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden: 22 vuistbijlen van ruim 300.000 jaar oud.

De vuistbijl behoort tot de oudste en meest aansprekende voorwerpen uit de prehistorie. Het wordt ook wel gezien als het prehistorisch 'Zwitsers zakmes'.

Sorteerbedrijf Vlissingen

Meulmeester vond die bijlen in 2007 bij het Sorteerbedrijf Vlissingen. Dat kwam door een toevallige ontmoeting toen hij aan het zoeken was buiten de poorten van het bedrijf. Een man sprak hem aan en vroeg of hij al wat gevonden had. "Leuke schelpjes, want die verzamel ik ook", vertelde Meulmeester de man. "En een stuk bot, dat is ook altijd interessant."

Volgens Meulmeester zei de man die hem aansprak dat op het sorteerbedrijf die week nog een mensenbot was gevonden. "Ja, dat is helemaal interessant. Maar daar staan hekken en daar mag ik niet komen", zei Meulmeester. "Maar ik wel, want ik ben de directeur", zei de man. "En jij mag daar ook gaan zoeken."

De eerste paar dagen vond hij alleen versteende schelpen en een enkele zee-egel. "Tot ik op 7 december 2007 mijn eerste vuistbijl vond", vertelt Meulmeester glunderend. En het bleef niet bij één: "In een tijd van drie maanden heb ik er 28 gevonden."

De vondst van de vuistbijlen werd besproken in kranten over de hele wereld (foto: Omroep Zeeland)

Op het sorteerbedrijf verklaarden ze Meulmeester voor gek toen hij zei dat het vuistbijlen waren. "Als kind had ik er ooit één in een museum gezien en ik wist dat het goed was", zegt de amateurarcheoloog nog steeds verbolgen. Toen hij de vuistbijlen liet zien aan leden van de Stichting Erfgoed Zeeland, werden zijn vermoedens bevestigd.

Wereldwijd aandacht

De vuistbijlen bleken ongeveer 300.000 jaar oud te zijn. De vondst van de 28 bijlen ging de hele wereld over. Binnen twee dagen werd er bijvoorbeeld in een krant in Vietnam melding van gemaakt. "Ik lees of spreek geen Vietnamees, maar ik zag op een gegeven moment '28' in de krant staan en mijn naam, dus ik wist dat het over mijn vuistbijlen ging", aldus Meulmeester.

Meulmeester heeft zelfs een prestigieuze Britse archeologieprijs gewonnen voor zijn vondst (foto: Omroep Zeeland)

De bijlen zijn voor de Engelse kust opgebaggerd en die grond kwam uiteindelijk bij het Sorteerbedrijf Vlissingen terecht. De vondst op zee geeft nog maar eens aan dat de Noordzee vroeger droog lag en dat er mensen woonden. "Eigenlijk rol je aan de Nederlandse kust je handdoekje uit aan een strand waar meestal geen zee gelegen heeft", legt Luc Amkreutz, conservator van het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) in Leiden uit.

Doggerland

Dat gebied heet Doggerland: een groot gebied tussen Engeland, Nederland en Scandinavië dat meestal drooggelegen heeft. "Het is eigenlijk een groot dal waar de rivieren Maas, Rijn en Thames doorheen stroomden en waar een miljoen jaar van menselijke bewoning gedocumenteerd wordt", aldus Amkreutz. Dat maakt de vondst van de Zeeuwse amateurarcheoloog ook zo bijzonder. "Omdat die vuistbijlen aangeven dat er in de Noordzee van die verdronken landschappen intact gebleven zijn", aldus de conservator.

Jan Meulmeester en conservator Luc Amkreutz bewonderen samen de bijlen (foto: Omroep Zeeland)

Toen het RMO een tentoonstelling over Doggerland in ging richten, wist de conservator gelijk dat hij Meulmeester moest bellen. "Ik ken Jan al een tijdje en was bekend met de vondst", vertelt de conservator. "Dus wij hebben met elkaar gesproken en Jan was er gelijk voor te porren dat ze hier mochten staan."

Noodzakelijke bijdrage

En dat was voor het RMO maar goed ook, want zonder amateurarcheologen als Meulmeester zijn dit soort tentoonstellingen eigenlijk niet te maken. "Dit is bij uitstek een onderwerp waar amateurs die de stranden af gaan een enorme bijdrage aan leveren", aldus Amkreutz.

Ooit komen de vuistbijlen weer terug naar Middelburg, maar wanneer is nog niet helemaal duidelijk. Als de tentoonstelling in Leiden in november haar deuren sluit, reizen de bijlen in ieder geval nog door naar twee andere musea.

Deel dit artikel:

Reageren