De Zeeuwse ic van de jeugdzorg is als een balletje in een flipperkast

Mishandeling, misbruik, zeer langslepende vechtscheidingen of ernstige gedragsproblemen bij ouder of kind. Het zijn zware zaken die de jeugdbeschermers van Zeeland op hun bordje krijgen. Hun werk wordt ook wel de ic van de jeugdzorg genoemd. En juist op die afdeling, waar rust, orde en regelmaat zouden moeten heersen, ging het het afgelopen jaar in Zeeland faliekant mis.

Verslaggever Marike Kerklaan (foto: Omroep Zeeland)

Analyse door zorgredacteur Marike Kerklaan

Piep, piep, piep. Slangen, een hartmonitor. Een groot bed en één stoel ernaast. Met de mededeling dat ik vijf minuten mag blijven.

Het is 1996. Mijn vader ligt op de ic en ik bezoek hem als veertienjarig meisje. Onder de indruk van een kleine man in een groot bed. Van alle apparatuur.

'Komt goed'

Maar vooral van de serene rust van de verpleegsters op de ic. Die precies lijken te weten wat ze moeten doen en hoe zij mijn vader en mij kunnen geruststellen. "Het komt goed."

Toen ik in december vorig jaar de voorzitter van de Raad van Toezicht van toen nog dé Zeeuwse jeugdbeschermingsorganisatie Intervence sprak, refereerde hij aan het werk van 'zijn' jeugdbeschermers als dat van de ic-verpleegkundigen van de jeugdzorg. En toen moest ik terugdenken aan het moment dat ik hierboven beschreef.

Laatste station

Er zijn parallellen: de gezinnen die bij de jeugdbeschermers terechtkomen, hebben vaak een lange weg afgelegd. Verschillende hulpinstanties, mediators, verschillende keren je verhaal doen.

Mijn vader ook. Huisarts, doorverwijzen, specialist, wachten op een felbegeerd plekje. Het was de laatste hoop op de beste zorg voor hem. Dat geldt ook voor veel gezinnen, de kinderen voorop. Het laatste station, zeg maar.

Jeugdzorg is sinds 2015 niet goedkoper geworden (foto: ANP)

De gemeentes zijn sinds 2015 de financiers van de jeugdbescherming. Het idee was dat zij, omdat zij dichter bij burgers staan dan het Rijk, eerder zouden ingrijpen. Waardoor kinderen en gezinnen minder vaak op 'de ic van de jeugdzorg' terechtkomen. Van dat idee kwam en komt in de praktijk weinig tot niets terecht.

Explosieve groei

Jeugdzorg is niet goedkoper geworden. Relatief veel nieuwe zorgaanbieders voor 'lichtere' jeugdzorg maken een explosieve groei door en zijn aantrekkelijk voor gemeenten om mee in zee te gaan. Maar ook de 'zware' jeugdzorg blijft bestaan en neemt niet af. Blijkt ook uit uitgebreid onderzoek van het journalistiek onderzoeksplatform Follow the Money.

Rug tegen de muur

Zeeuwse gemeentes stonden met hun rug tegen de muur. Intervence vroeg jaar op jaar extra geld, leed verliezen van 1,7 miljoen euro per jaar. Het personeelsverzuim was hoog en de gemeentes konden niets anders dan steeds de portemonnee trekken.

Doorgaan op die weg vonden ze daarom geen optie. Intervence opknippen en geld vrijmaken (drie miljoen euro) om de jeugdbeschermers en hun gezinnen zo goed mogelijk onder te brengen bij andere jeugdzorgorganisaties zagen de Zeeuwse gemeentes als beste oplossing.

De relatieve nieuwkomer Briedis uit Zoetermeer was een van de gegadigden. In 2019 had Briedis zestig zaken en ineens was de organisatie in de running om de 240 tot vierhonderd cliënten van Intervence over te nemen.

Manifestatie medewerkers Intervence op Middelburgse Markt (dec 2020) (foto: Omroep Zeeland)

Inspecties, ministeries en de jeugdbeschermers zelf vonden dat opknippen een slecht idee. Want wie zorgt voor de continuïteit van de zorg? En ook het bestuur van Intervence zelf heeft altijd gezegd liever overgenomen te worden, dan opgeheven. Maar het was al wel gezegd én besloten.

Weg was de relatieve rust, regelmaat en orde op de ic van de jeugdzorg. Jeugdbeschermers vertrokken. Zeker tachtig gezinnen van Intervence moesten van aanspreekpunt wisselen. Onrust werd troef.

Flipperkast

De Zeeuwse ic van de jeugdzorg werd als een balletje in een flipperkast. Van links naar rechts en uiteindelijk het gat in. Zeker toen Briedis in juni dit jaar failliet ging. Jeugdbeschermers bij die organisatie waren betrokken bij ruim honderd kinderen. Ook Zeeuwse. Wat nu?

De gemeentes werden gedwongen door inspecties en het ministerie terug te gaan naar de tekentafel. Niet opsplitsen, maar overnemen was het dringende advies. Dat is nu gebeurd.

De dertien Zeeuwse gemeentes moesten snel beslissen. Raadsleden mokten en mopperden over de tijdsdruk. Sommige spraken over 'tekenen bij het kruisje'. Grote broer Jeugdbescherming west uit Den Haag is sinds juni hier de baas. Voor vijf jaar, voor een miljoenenbedrag.

Intervence hielp in 2020 766 kinderen (foto: Omroep Zeeland)

Het is ronduit schokkend te horen dat kinderrechter Susanne Tempel zegt dat wanneer ze een onder toezichtstelling of een uithuisplaatsing uitspreekt, ze geen idee heeft wie dat in Zeeland waar, wanneer en hoe uitvoert. Dat is een boodschap die niet thuishoort op de ic van de jeugdzorg.

'Hoort niet bij gemeentes'

Geld erbij wordt er geroepen. Al jaren. En ja, geld is belangrijk. Maar net zo belangrijk is te kijken wie er aan de knoppen draait. En misschien is het wel zoals hoogleraar Jeugdrecht Mariëlle Bruning eerder al tegen Omroep Zeeland zei: "Deze zware vorm van jeugdzorg hoort niet bij de gemeentes." Zoals in 1996 ook niet de huisarts aan de knoppen van de hartmonitor van mijn vader hoorde te draaien op de ic.

Luisteren en handelen

Het is hopen dat JB west weer rust kan brengen op de ic van de Zeeuwse jeugdzorg. En dat de organisatie daar snel de broodnodige jeugdbeschermers voor kan vinden. Want dat is wel prioriteit nummer één. Vijftien jeugdbeschermers kan JB west gebruiken voor alle Zeeuwse kinderen. Oren voor de gezinnen, voor de kinderen, om te luisteren en bovenal, te handelen.

Zodat alle Zeeuwse jongens en meisjes in de jeugdbescherming weten, net als dat meisje van veertien op de ic bij haar vader, dat het uiteindelijk wel goedkomt.

Lees ook:

Meer over dit onderwerp:
jeugdzorg intervence jeugdbescherming jb west
Deel dit artikel:

Reageren