Nederlandse toeristen maken veel goed, maar niet alles

Nederlandse toeristen hebben in het tweede kwartaal van dit jaar véél goed gemaakt voor Zeeuwse hotels en huisjesparken. Maar het compenseert nog niet het grote verlies aan Belgische en Duitse gasten, die vanwege corona in eigen land blijven.

Badpaviljoen in Domburg (foto: Omroep Zeeland)

Dat blijkt uit overnachtingscijfers over het tweede kwartaal van 2021 en voorgaande jaren van het CBS. Er is gekeken naar de aantallen overnachtingen in onder meer hotels, B&B's, vakantieparken en campings en de herkomst van deze gasten.

Nog niet boven de 3 miljoen

Ter vergelijking: er werden in de maanden april tot en met juni bijna 2,9 miljoen overnachtingen geboekt. Dat is weliswaar veel meer dan de 1,4 miljoen van het eerste coronajaar, toen Zeeland grotendeels op slot zat voor toeristen, maar het zijn nog er nog niet zoveel als in 2019, toen er 3,1 miljoen overnachtingen werden geboekt.

Onderstaande grafiek laat de cijfers over de afgelopen zeven jaar zien, uitgesplitst naar herkomstland. Nederland, Duitsland en België zijn wat toeristen betreft de belangrijkste landen voor Zeeland.

Friesland, qua toeristisch 'product' vergelijkbaar met Zeeland, herstelde zich in het tweede kwartaal van 2021 wat beter dan Zeeland. Die provincie haalde 94 procent van de boekingen ten opzichte van dezelfde periode in 2019 had. Onze provincie heeft 'slechts' 87 procent van het cijfer van 2019 bereikt.

De oorzaak van het verschil in beide provincies lijkt gezocht te moeten worden in het wegblijven van de buitenlandse gasten. Van oudsher leunt Friesland sterker op Nederlandse gasten en minder op Duitsers en Belgen dan Zeeland.

Meer over dit onderwerp:
toerisme overnachtingen corona
Deel dit artikel:

Reageren