'Doe uitgebreider onderzoek naar onteigend en doorverkocht Joods vastgoed'

Er moet een uitgebreid onderzoek komen naar de behandeling van Joodse inwoners in Zeeland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Daarmee moet ook duidelijk worden wat er gebeurd is met hun bezittingen, vastgoed en goederen. Dat zegt Rebecca van Wittene, die meerdere documentaires maakte over Joodse families in Zeeland. In Vlissingen is al zo'n onderzoek gedaan en wellicht komt er nog een vervolgonderzoek.
Roep om meer onderzoek naar Joods bezit in Zeeland
Het tv-programma Pointer doet sinds 2020 onderzoek naar de zogeheten Verkaufsbücher: de registratie van onteigend en doorverkocht Joods vastgoed tijdens de Tweede Wereldoorlog. Naar aanleiding van publicaties van het programma doen bijna 100 gemeenten onderzoek naar hun eigen rol in deze onrechtmatige handel.
Ad Tramper, voormalig stadsarchivaris van Vlissingen, heeft onderzoek gedaan naar de verkoop van zo'n pand in Vlissingen. "Het gaat om een pand aan de Singel, van de Joodse familie Peereboom. Dat werd onteigend, verhuurd en vervolgens aan een derde verkocht. Volgens een akte van 14 september 1950 heeft er rechtsherstel plaatsgevonden. Maar er wordt nog altijd betwist of dat in voldoende mate gebeurd is."

Onderzoek naar Joodse bezittingen

Met zijn rapport is een aanzet gegeven voor onderzoek naar de bezittingen van de Joodse eigenaren in Vlissingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tramper schrijft in zijn rapport over de zaak dat 'nader onderzocht moet worden wat er gebeurde met de opgeslagen goederen bij de diverse verhuisbedrijven van eigenaren die niet terugkwamen'. Maar of dat lukt is nog maar de vraag: 'Het ontbreken van relevant archiefmateriaal zal de onderzoeksresultaten sterk bemoeilijken'.
Een deel van de lijst uit 1945 met panden die Joodse inwoners van Vlissingen achter moesten laten.
Een deel van de lijst uit 1945 met panden die Joodse inwoners van Vlissingen achter moesten laten. © Omroep Zeeland
Rebecca van Wittene, die meerdere documentaires maakte over Joodse families, vindt dat er zeker meer onderzoek gedaan moet worden. "Je moet weten wat er gebeurd is in het verleden en daar schoon schip mee maken", zegt ze. "Verder onderzoek is heel belangrijk vanwege de erkenning. Er zijn veel vragen over wat er gebeurd is met de panden en spullen van de Joodse inwoners. Dat moet absoluut onderzocht worden."
Namen op het monument ter nagedachtenis aan de Joodse inwoners van Vlissingen die nooit meer terugkeerden uit de oorlog.
Namen op het monument ter nagedachtenis aan de Joodse inwoners van Vlissingen die nooit meer terugkeerden uit de oorlog. © Omroep Zeeland
"Er is nooit goed onderzocht wat er met de Joodse inwoners en hun eigendommen gebeurd is tijdens de bezetting", zegt Van Wittene. "Ik vraag me af waarom dat onderzoek nog niet heeft plaatsgevonden. Je hoort altijd allerlei verhalen van wat er gebeurd zou zijn, maar goed onderzoek daarnaar is er niet."

Er wringt nog iets

"Het heeft denk ik ook te maken met de manier waarop het handjevol mensen die de oorlog hebben overleefd, zijn teruggekomen. Daar is eigenlijk weinig voor gedaan en daar wringt ook iets. Je eigen vazen stonden soms bij de buren op de vensterbank", vertelt Rebecca. "Ik herinner me een verhaal van een mevrouw uit Zierikzee. Ze kwam alleen met haar vader weer terug, de rest van de familie was uitgemoord. En ziet dan meisjes lopen in de jurken van haar zus... dat gevoel."
Het Joods monument in Vlissingen
Het Joods monument in Vlissingen © Omroep Zeeland
Er is een lijst uit 1945 met zo'n dertig panden, erven en schuren in Vlissingen. Verdeeld over tien eigenaren, allemaal Joodse inwoners. "Daar kun je best meer onderzoek naar doen", zegt Ad Tramper. "De gemeente Vlissingen denkt wel na of dit verder wordt opgepakt, eventueel samen met andere Zeeuwse gemeenten die ook met deze kwestie te maken hebben gehad."

Van 23.000 naar 8.000

Halverwege 1942 waren er van de 23.000 inwoners van Vlissingen nog maar 8.000 over. Er waren aan de lopende band evacuaties, een voortdurende stroom van mensen de stad uit. In maart 1942 werden alle Joodse inwoners gedwongen om naar Amsterdam te gaan. Ze moesten huis en haard achterlaten en keerden in veruit de meeste gevallen niet meer terug omdat ze vermoord werden tijdens de oorlog.

Huizen onteigend

"Huizen werden uiteindelijk in beheer genomen door de Duitse bezetter. Ze werden ook verhuurd en later verkocht aan derden, eigenlijk werden ze onteigend", zegt archivaris Tramper. "Soms is er later met de nabestaanden een regeling getroffen, rechtsherstel. Maar er zijn ook panden waar we helemaal niet van weten of er rechtsherstel heeft plaatsgevonden."