Zeeuwse rekenkamers kritisch op rol wethouders bij overname Intervence: 'Te weinig kennis'

Gezinnen die zonder hulp kwamen te zitten, een overname die niet doorging, twee jaar geleden was er een enorme chaos in de Zeeuwse jeugdzorg. Dat kwam door de problemen bij jeugdzorgorganisatie Intervence. Hoe kon het zover komen? De rekenkamers van elf Zeeuwse gemeenten presenteerden vandaag de resultaten van een onderzoek dat die vraag moet beantwoorden.
Intervence met knuffelbeer.
Intervence met knuffelbeer. © Omroep Zeeland
De onderzoekers van de BRI (Begeleidingscommissie Rekenkameronderzoek Intervence) concluderen dat de problemen zijn veroorzaakt door onvoldoende begeleiding vanuit het Rijk, onvoldoende toezicht vanuit de gemeenteraden en een bestuurscommissie die zijn boekje ver te buiten ging. Die commissie bestond uit meerdere wethouders die de jeugdzorg in hun portefeuille hadden.

Wethouders bemoeiden zich met bedrijfsvoering

Die wethouders namen besluiten namens alle Zeeuwse gemeenten, maar bemoeiden zich met zaken waar ze volgens de rekenkamers helemaal geen bevoegdheid voor hadden. "Die commissie was bevoegd om besluiten te nemen over het verlengen van het contract met Intervence, maar ze mochten zich niet bemoeien met de bedrijfsvoering. Dat deden ze wel", zegt Dick van de Merwe, de voorzitter van het onderzoek.
Die contractverlenging kwam er niet, omdat Intervence kampte met financiële tekorten en met een personeelstekort, mede door de grote uitval onder hun medewerkers. Vervolgens kwamen de wethouders in de bestuurscommissie met het plan om Intervence in drieën op te delen en over te laten nemen door drie andere jeugdzorgorganisaties.

Plannen van tafel

Inspecties, ministeries en de jeugdbeschermers zelf vonden dat een slecht idee en de plannen van de Zeeuwse gemeenten werden van tafel geveegd. Uiteindelijk, na veel gedoe, werd Intervence overgenomen door een andere jeugdzorgorganisatie: JB West.
De Zeeuwse rekenkamers concluderen nu dat de wethouders in de bestuurscommissie helemaal niet bevoegd waren om met zo'n plan op de proppen te komen. "De commissie had onvoldoende kennis en expertise in huis", zegt Van de Merwe. "Ze hadden pas op de plaats moeten houden en eerst meer expertise moeten inwinnen."

'Onder grote druk'

Toch heeft hij ook begrip voor de situatie. "Ze moesten besluiten nemen onder grote druk. De continuïteit van de Zeeuwse jeugdzorg was in het geding. Ze hadden de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat al die Zeeuwse gezinnen niet zonder zorg zouden komen te zitten. En achteraf is het altijd makkelijk praten", aldus de voorzitter van de onderzoekscommissie.
Vooral als het gaat om de zwaardere jeugdzorg, de jeugdbescherming en de reclassering, heeft de Rijksoverheid een fout gemaakt.
Dick van de Merwe, voorzitter BRI
Naast de rol van de wethouders in de bestuurscommissie zijn de rekenkamers ook kritisch op de begeleiding vanuit het Rijk. Toen de jeugdzorg in 2015 overging van het Rijk naar de gemeenten, wat gepaard ging met een bezuiniging, werden de gemeenten onvoldoende begeleid. "Vooral als het gaat om de zwaardere jeugdzorg, de jeugdbescherming en de reclassering, heeft de Rijksoverheid een fout gemaakt en moest er wellicht een stap terug gezet worden."
Daarnaast is er kritiek op de gemeenteraden. Die waren verbolgen over het feit dat ze weinig inspraak hadden en volgens enkele gemeenteraadsleden niets anders konden doen dan 'tekenen bij het kruisje'. Maar volgens Van de Merwe hebben de raden ook zelf steken laten vallen. "Vooraf was er geen risicoanalyse uitgevoerd en daardoor waren er onvoldoende mogelijkheden om in te grijpen toen het fout ging. En ja, dan moet je uiteindelijk tekenen bij het kruisje."

Meer inspraak gemeenteraden

In de aanbevelingen staat dan ook dat gemeenteraden meer inspraak moeten krijgen bij gemeenschappelijke regelingen zoals bij de inkoop van jeugdzorg. "Daarbij is het ook van belang de gemeenteraden onderling meer hierover communiceren", aldus Van de Merwe.
Het onderzoek werd gehouden door elf van de twaalf Zeeuwse rekenkamers. Alleen de rekenkamer van Reimerswaal deed er niet aan mee. Ook de gemeente Terneuzen wilde in eerste instantie niet meewerken, maar Terneuzen deelt een rekenkamer met Hulst en aangezien Hulst wél wilde meewerken aan het onderzoek, heeft de gezamenlijke rekenkamer van die twee gemeenten ook meegewerkt aan dit onderzoek.

'Zeer goed bevallen'

Voor Van de Merwe smaakte deze samenwerking naar meer. "Het is mij zeer goed bevallen. En aangezien gemeenten steeds meer gezamenlijke taken erbij krijgen, denk ik dat het zeker een toegevoegde waarde heeft om vaker gezamenlijke onderzoeken uit te voeren. Dus ja, dit smaakte wel naar meer ja."