'Dubbele Watersnoodramp ligt op de loer'

Als het misgaat met het munitiedepot in de Oosterschelde kan dat een ramp veroorzaken met gevolgen die twee keer zo groot zijn als die van de Watersnoodramp van 1953. Daarvoor waarschuwt oud-EOD'er Frank Barink. In de Oosterschelde bij Zierikzee is tussen 1945 en 1967 minstens dertig miljoen kilo munitie gestort door Defensie.

Tijdbom
"De munitie is een tikkende tijdbom en komt een keer tot ontploffing als er niets aan wordt gedaan", aldus Frank Barink, voormalig medewerker van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD). In het zoute zeewater zou de munitie, waaronder fosforgranaten, roesten en de giftige inhoud vrijkomen in de Oosterschelde. Daarnaast is het spul volgens de explosievendeskundige aan verval onderhevig en wordt het langzaam minder stabiel. "Er komt een moment dat het gaat werken. Dan ontploft het en komen er stoffen vrij die je niet vrij wilt hebben in deze hoeveelheden.''

Milieu
De landelijke milieuorganisaties Vereniging Leefmilieu en Mobilisation for the Environment zijn het met Barink eens. Ook zij spreken van "een tikkende tijdbom en een gevaar voor het zeeleven". Wat de milieuorganisaties betreft moet de provincie de munitie zo snel mogelijk weghalen." Die oproep doen ze vandaag bij de Raad van State.

Zeeland
De betrokken Zeeuwse partijen, waaronder het Nationaal Park Oosterschelde en de Zeeuwse Milieufederatie, wachten op de uitslag van een nieuw onderzoek voordat ze een standpunt innemen over deze kwestie. Op dit moment doet Rijkswaterstaat in samenwerking met Defensie onderzoek naar het depot. De resultaten worden uiterlijk juni verwacht. In het onderzoek staat de vraag centraal of de mosselen en kreeften die in de Oosterschelde worden gevangen resten van de munitie kunnen bevatten.

Slopende zaak
De gemeente Schouwen-Duiveland heeft tien jaar geleden al in de Tweede Kamer aangedrongen om de munitie in de Oosterschelde af te dekken. Dat deed de gemeente destijds samen met de provincie Zeeland en het Nationaal Park Oosterschelde. Na onderzoek is toen besloten de munitie niet af te dekken. Deels omdat het niet nodig zou zijn en deels omdat er geen geld voor was.

Reactie defensie
Defensie heeft altijd gezegd dat er niks kan gebeuren met het depot. "Volgens verschillende TNO-onderzoeken zijn er geen grote risico’s verbonden aan de voormalige munitiestortplaats." Daarnaast zegt Defensie uit onderzoeken te weten dat de kans op spontane ontploffing praktisch nihil is. Een kettingreactie waarbij alle munitie de lucht in gaat is daarbij nog onwaarschijnlijker, omdat de munitie over een groot oppervlak verspreid ligt.

Provincie
De Provincie Zeeland wil nog geen uitspraken doen over deze kwestie zolang de zaak bij de Raad van State loopt. Ze wacht ook het resultaat af van het onderzoek van Rijkswaterstaat.

Deel dit artikel: