Minister: 'Boeddhistische Unie moet zelf misbruik voorkomen'

De Boeddhistische Unie Nederland (BUN) had zelf seksueel misbruik moeten voorkomen binnen boeddhistische kring. De organisatie is volgens minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie) daarvoor de eerst verantwoordelijke.

Middelburg
De minister reageert daarmee op Kamervragen van D66 over de misbruikaffaire binnen boeddhistische kring, waarvan er één zich afspeelde in Middelburg. Gerhard Mattioli leidde in de periode 2004-2007 het boeddhistisch Mahayana Studiecentrum in Middelburg. Met verschillende van zijn vrouwelijke leerlingen ging de leraar een seksuele relatie aan, onder de noemer van 'tantrische oefeningen'. Daar had Mattioli als boeddhistisch leraar geen bevoegdheden voor.

Escalaties
Ondanks eerdere waarschuwingen in 2004, greep de BUN pas in 2008 in, als het studiecentrum al vier maanden gesloten is. Op een ledenvergadering meldt de voorzitter dat de hulp van de unie "is ingeroepen naar aanleiding van escalaties in een boeddhistisch centrum te Middelburg, waar een zelfbenoemde lama (monnik) op een vreselijke manier heeft huisgehouden."


Doofpot

Boeddhisme-kenner en onderzoeksjournalist Rob Hogendoorn zei in mei van dit jaar dat de BUN de Middelburgse misbruikzaak in de doofpot stopte. Hoogendoorn deed in juni nog een oproep aan slachtoffers van misbruik zich bij hem te melden.

Zeggenschap
BUN-voorzitter Michael Ritman zei in Dagblad Trouw dat de koepelorganisatie geen zeggenschap over de bijna 40 leden heeft: ‘Wij vragen van de bij ons aangesloten boeddhistische centra alleen dat ze de Nederlandse rechtsorde respecteren’.


Seksueel misbruik

Omdat het boeddhisme geen centraal leergezag kent, kan de ‘vriendschapsvereniging’ in zedenzaken volgens BUN-voorzitter Ritman weinig betekenen. Hij denkt dat seksueel misbruik niet veel voorkomt: ‘Nederland is ook maar een klein land. Ons heeft sinds 2008 in elk geval geen vraag op hulp meer bereikt.’

Wel verantwoordelijkheid
Minister Van der Steur ziet daarentegen wel een verantwoordelijkheid voor de Boeddhistische Unie Nederland. Hij schrijft in antwoord op kamervragen: 'Het is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN) om te voorkomen dat boeddhistische monniken en/of leraren zich schuldig maken aan (seksueel) misbruik. Dit geldt evenzeer voor vergelijkbare organisaties bij andere religies.'